Datagebruik openbare ruimte: waar ligt de ethische grens?

Onze samenleving en economie digitaliseren in hoog tempo. Dit brengt niet alleen kansen, maar ook uitdagingen met zich mee. Op 19 maart zou aanvankelijk de Conferentie Nederland Digitaal plaatsvinden, maar werd vanwege de Corona-maatregelen afgelast. Patrick van der Hoeven, projectleider bij I-Interim Rijk, stond op het programma met een sessie over ‘Behoorlijk Datagebruik in de Openbare Ruimte’, waar ook minister Raymond Knops bij aan zou sluiten. Aanleiding was het gelijknamige project dat Patrick uitvoerde, waarin hij op zoek ging naar knelpunten op het gebied van datagebruik in de openbare ruimte: waar ligt de ethische grens? Er verscheen onder meer een essaybundel over.

Proeftuin en project

Patrick: ’De oorsprong hiervan ligt bij een brief van toenmalig wethouders Ollongren van Amsterdam en Depla van Eindhoven aan het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Zij wilden het gesprek starten over ethische kaders rondom ‘smart cities’: de toenemende digitalisering en gebruik van data in de openbare ruimte van hun steden. Tot hoever kan en wil je gaan met technieken als gezichtsherkenning? Zijn wij op weg naar “Chinese taferelen” of leggen we het juist, net als bij wifi-tracking, al aan banden voor het goed en wel uit de kinderziektes is? Toen er een nieuw kabinet begon is hier invulling aan gegeven door een proeftuin te starten rondom dit thema. Wat waren de ethische dilemma’s van experimenten, zogenoemde Living Labs, op dit gebied? En op welke manier zijn de resultaten opschaalbaar? Als project wilden wij vooral het gesprek voeren, met name ook over publieke waarden: wat vinden wij van die nieuwe technieken? Wat vinden wij “normaal”? En met “wij” bedoel ik niet alleen de overheid, maar juist een representatieve dwarsdoorsnede van verschillende mensen uit de samenleving, met hun eigen belangen en ideeën.’

Patrick IIR

Patrick van der Hoeven

In gesprek

‘We hebben deze maatschappelijke dialoog gevoerd binnen de gemeenten van Groningen, Eindhoven en Amsterdam. We trokken hier samen met die gemeenten in op. De afspraak was dat zij de gesprekspartners voor de sessies selecteerden. Zodoende zaten we met lokale bewoners, winkeliers en bijvoorbeeld ondernemers uit de tech-sector aan tafel. Tijdens de sessies lieten we verschillende stellingen de revue passeren waarover vervolgens gediscussieerd werd. Het was goed om te zien waar overeenkomsten zaten, maar ook vooral waar de verschillende belangen precies botsten en dus dilemma’s lagen. In plaats van proberen om antwoorden te bieden, hebben we juist de knelpunten omarmd en verder uitgewerkt. Er zijn nu eenmaal verschillende waarheden die naast elkaar bestaan, dat maakt dit onderwerp soms complex, maar zeker ook interessant.’

‘Waar staan we voor als samenleving? Die keuze maken wij zelf’

Uitkomsten

‘Wat begon als een proeftuin, werd na enige tijd een project als onderdeel van de Data Agenda Overheid. In plaats van een “traditionele” stuurgroep, hadden we bij dit project een begeleidingscommissie met wetenschappers en betrokkenen uit de verschillende gemeentes. Vanuit die commissie is ook de opdracht gegeven aan een selectie wetenschappers om essays te schrijven over de knelpunten die naar voren waren gekomen uit de sessies. Je kunt de essays zien als beleidsaanbevelingen vanuit verschillende expertises en disciplines. Het uitgangspunt van alle essays moest zijn: hoe zou jij –als hoogleraar/expert- op een verjaardagsfeestje uitleggen wat de overheid aan een specifiek knelpunt zou moeten doen? Er zijn in totaal 24 aanbevelingen uitgekomen, zoals de oproep om een Nationaal Algoritme Register te ontwikkelen of de aanbeveling dat de overheid altijd de plicht heeft een constructief-kritisch maatschappelijk (tegen)geluid te organiseren. Deze aanbevelingen hebben wij weer vertaald naar voorstellen voor concrete, mogelijk haalbare, beleidsmaatregelen.’

Alleen sneller, samen verder

‘Mijn mantra is: alleen ben je sneller, samen kom je verder. Dit project is daar een mooi voorbeeld van. Ik vind het bijzonder dat we deze maatschappelijke vraagstukken op een positieve manier zijn aangevlogen door het gesprek aan te gaan. Gezamenlijk tot inzichten komen zonder in welles-nietes discussies te belanden. Je moet het over deze kwesties hebben, publieke waarden zijn belangrijk. Waar staan we voor als samenleving? Die keuze maken wij zelf. Ik zie het als projectmanager als mijn rol om handvatten te bieden voor Ethics by design: het inbakken van het ethische component aan de voorkant van een project met mogelijkheden voor continue toetsing gedurende het project. Die ethische vragen in een project vloeien eigenlijk voort uit de kernvraag die je jezelf constant zou moeten blijven stellen: “voor wie doen we het ook alweer?”. Dat lijkt een open deur, maar lijkt toch vaak vergeten te worden. Dat heb ik zeker geleerd tijdens dit mooie project.’

Benieuwd naar de essaybundel? Download hem hier.