Benchmark uitvoeringsdirecteuren van start!

Binnen de Rijksdienst leeft al een aantal jaren de vraag of de verhouding tussen de criteria voor de waardering van uitvoeringsfuncties en beleidsfuncties nog aansluiten bij de maatschappelijke opvatting over beloningsverhoudingen. In het rapport ‘Werk aan Uitvoering’ fase 2, handelingsperspectieven en samenvatting analyse’ van 3 juli 2020 stelt ABDTOPConsult dat uitvoering en ministerie niet gelijk zijn, maar wel gelijkwaardig behoren te zijn en als zodanig horen te worden beoordeeld.

Eén van de thema’s binnen de “Werkagenda voor de uitvoering” (WAU) is het vergroten van de statuur en de aantrekkelijkheid van de uitvoering.
ABD Topconsult benadrukt het belang dat in het fundament gelijkwaardigheid tussen beleidskern en uitvoering wordt geborgd en adviseert om onderzoeken naar waarderingsgrondslagen, het Functiegebouw Rijk (FGR) en vergelijkende onderzoeken in samenhang te bezien en koers te bepalen richting 2030.

De huidige waarderingsgrondslagen waarop het functiewaarderingssysteem van de Rijksoverheid (FUWASYS2020) is gebaseerd, dateren uit 1997. Het FGR (dat gebaseerd is op FUWASYS2020) heeft deze waarderingsgrondslagen in zich en de meeste werkzaamheden binnen het Rijk worden ingedeeld in het FGR (uitgezonderd de organisaties die worden genoemd in het Ministerraadbesluit FGR). Zowel binnen de Rijksoverheid als bij de vakbonden is er al geruime tijd aandacht voor het belang van het actualiseren van de waarderingsgrondslagen. In de afgelopen jaren heeft een projectgroep waarderingsgrondslagen onderzoek gedaan naar de verhoudingen van alle functies binnen het Rijk en op dit moment loopt er een DGOO-onderzoek, uitgevoerd door Human Capital Group naar andere functiewaarderingssystemen in binnen- en buitenland en de wijze waarop zij omgaan met de actualisering van hun systeem.

weegschaal met trefwoorden eromheen: unbiased, neutral, fair, impartial enz.

Waarderingsgrondslagen behoren de maatschappelijke verhoudingen  in een land te weerspiegelen. Als dat niet zo is, ontstaat er logischerwijs een gevoel dat verhoudingen niet meer kloppen.
In de praktijk loopt UBR|Organisatie-inrichting bij het indelen van topfuncties in de uitvoering aan tegen deze gevoelde ongelijkheid. Topambtenaren geven aan dat ze verschillen in schaalniveaus tussen beleids- en uitvoeringsdirecteuren niet meer kunnen beargumenteren.

Uitvoering van de benchmark

UBR|Organisatie-inrichting voert in 2021, in opdracht van BZK | DGOO, een benchmark uit naar de waarderingsgrondslagen van uitvoeringsdirecteuren. Doel van de benchmark is om te onderzoeken hoe verhoudingen van topfuncties binnen het Rijk aan kunnen sluiten bij de huidige maatschappelijke verhoudingen.
De benchmark bestaat uit twee delen.

Deel I is een onderzoek binnen de Rijksdienst naar de huidige waarderingsverhoudingen van directeursfuncties. De onderzoekers maken inzichtelijk waar opvallende of grote verschillen te constateren zijn tussen indelingen van beleidsdirecteuren en uitvoeringsdirecteuren in het FGR. Vervolgens wordt aan topambtenaren (beleid, uitvoering, toezicht, kennis en onderzoek) binnen het Rijk gevraagd welke niveaubepalende criteria van belang zijn voor uitvoeringsdirecteuren, die ontbreken in de huidige functiewaarderingsgrondslagen.
Verschillende topmanagers zullen binnenkort bevraagd worden als onderdeel van dit onderzoek.

Deel II is een onderzoek buiten de Rijksdienst waarbij de onderzoekers directeursfuncties van het Rijk vergelijken met (semi)publieke organisaties en sectoren met andere functiewaarderingsgrondslagen buiten het Rijk. Hoe dit vervolgonderzoek buiten het Rijk er precies uit gaat zien, wat de vergelijkingsgroep wordt en welke methoden gebruikt worden, bepalen de onderzoekers samen met de opdrachtgever op basis van de uitkomsten en inzichten uit deel I.

Voor informatie en vragen kunt u contact opnemen met de projectleider van de benchmark: drs. Ilse Wortelboer, senior adviseur organisatie-inrichting: ilse.wortelboer@rijksoverheid.nl