Exclusief kijkje achter de schermen bij de totstandkoming van de nieuwe cao

Het is zover! De leden van de vakbonden hebben ingestemd met het resultaat van onderhandelingen voor de nieuwe CAO Rijk 2021. De nieuwe cao geldt vanaf 1 januari 2021 tot en met 31 maart 2022.

Exclusief voor de UBR|AAA nieuwsbrief heeft de redactie vragen over het onderhandelingsproces en uitkomsten mogen stellen aan Gerard de Koe, één van de onderhandelaars namens de werkgever Rijk.

Allereerst gefeliciteerd met het resultaat van onderhandelingen. Kun je iets vertellen over jouw betrokkenheid bij de totstandkoming daarvan?

‘Met het team CAO Rijk ondersteunen we de cao-onderhandelingen. Bereiden de inzet en het mandaat voor, zorgen voor afstemming met de departementen en adviseren over de strategie van de onderhandelingen. Ik ben coördinator van het team en lid van de werkgeversdelegatie die de onderhandelingen met de bonden voert.’

Wie zitten er van werkgevers- en werknemerskant aan tafel bij de onderhandelingen?

‘Er zitten vier vakbonden aan tafel: FNV, Ambtenarencentrum, CNV en CMHF. De werkgeversdelegatie bestaat uit Marc Allessie, directeur A&O en voorzitter van de werkgevers, Stefan van de Griendt, directeur P&O van JenV, Jeroen Maarschalkerweerd en ik (Gerard de Koe) uit het team CAO Rijk van BZK. Daarnaast zijn er twee waarnemers van het kabinet: Hugo Elings van BZK en Tim Douma van Financiën. Ook schuiven er bij het team CAO Rijk beleidsmedewerkers voor verschillende onderwerpen aan en soms ook andere deskundigen.’

Het jaar 2021 is al bijna voorbij. Kun je aangeven waarom het resultaat zo lang op zich heeft laten wachten?

‘De loonruimte van overheidswerkgevers is gebaseerd op de cao-loonstijgingen in de markt het jaar ervoor. Vanwege corona was die ruimte niet zo groot. Daarnaast stijgt de ABP-premie dit jaar flink. Die kosten moeten ook uit de loonruimte betaald worden. Onze financiële ruimte was dus niet zo groot. Dat maakt de onderhandelingen lastig. Daarnaast hadden de bonden enkele wensen waar wij eigen eisen aan koppelden. Zo wilden de bonden op basis van het pensioenakkoord tussen kabinet, VNO NCW en de vakcentrales een tijdelijke vroegpensioenregeling in de CAO Rijk overeenkomen. Daar wilden wij best over spreken, maar daarbij ook andere leeftijdsafhankelijke verlofregelingen betrekken. Dat maakte de onderhandelingen niet eenvoudiger.’

Speelt de coronacrisis daarbij nog een rol?

‘De coronacrisis speelde een rol – zoals hiervoor aangegeven – doordat de loonruimte lager was. Daarnaast hebben we vanwege corona deels online onderhandelingen gevoerd. Dat werkte wel omdat je elkaar toch al goed kent. In de eindfase, na de zomer, zijn we wel fysiek bij elkaar gekomen in Den Haag. De communicatie is toch anders als je bij elkaar zit. Een grapje is makkelijker gemaakt, wat zorgt voor een ontspannener sfeer. Je kan makkelijker even schorsen en apart even informeel spreken. Daarnaast hebben we ook hybride onderhandeld. Deskundigen konden ook digitaal voor een bepaald onderwerp aanhaken. Zo heeft Willeke van den End, advocaat van UBR|AAA over de invoering van de periodieke VOG een aantal keer online meegesproken.’

Hoe zit het met de toepasselijkheid van de arbeidsvoorwaarden in de tussentijd?

‘Als een cao is afgelopen en er nog geen nieuwe is afgesloten, betekent dat niet dat de arbeidsvoorwaarden niet meer gelden. De CAO Rijk heeft een looptijd tot en met 31 december 2020. Nu er op die datum nog geen nieuwe CAO Rijk was afgesproken tussen de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de vakbonden, is de cao automatisch verlengd. Zolang er geen nieuwe cao wordt afgesproken wordt de looptijd van de cao verlengd voor telkens een jaar.’

Gerard de Koe

Op welke thema’s had je graag een resultaat willen zien maar is dat niet gelukt?

‘De belangrijkste punten hebben we binnen gehaald, dus ik ben zeer tevreden. Zo’n 90.000 rijksambtenaren hebben tijdens corona volledig thuis gewerkt. Uit een enquête die we gezamenlijk met bonden hebben gehouden onder 10.000 rijksambtenaren blijkt dat 85% graag hybride wil werken, dus deels vanuit huis, deels op werklocatie. Om dat op een goede manier in te voeren is de grootste uitdaging waar het Rijk als werkgever nu voor staat. Een onderdeel daarvan is de afstemming van de cao op hybride werken. In dit cao-akkoord hebben we de faciliteiten voor de werknemers goed geregeld. Niet alleen de thuiswerkvergoeding, maar ook de Arbo-voorzieningen en een fors budget om je thuiswerkplek aan te passen. Dat vind ik van belang omdat je daarmee als werkgever aangeeft dat je hybride werken serieus neemt en werknemers in staat stelt om op een verantwoorde manier thuis te werken. Daar moet je dan niet in gaan kruidenieren. Ik denk dat er weinig werkgevers zijn die deze faciliteiten zo ruim hebben geregeld.’

Vanuit de uitvoering geeft UBR|AAA regelmatig input voor de cao-onderhandelingen. Heb je daar wat aan en zo ja, kun je daar een voorbeeld van geven?

‘Daar hebben we zeker wat aan. Het tegengaan van ondermijning is een belangrijk thema in deze tijd. Bij een aantal onderdelen van het Rijk, zoals Douane en het gevangeniswezen speelt dat heel concreet. Rijksambtenaren moeten als ze voor het eerst in dienst komen bij het Rijk een Verklaring omtrent gedrag (VOG) kunnen overleggen. Zonder VOG kom je niet binnen, maar daarna wordt het nooit meer getoetst. Zeker voor deze gevoelige functies is dat vreemd. Deze organisaties wilden daarom voor specifieke functies periodiek een VOG laten aanvragen. Maar wat doe je dan als iemand geen nieuwe VOG krijgt. Ga je herplaatsen of volgt ontslag? UBR|AAA heeft daar veel ervaring en expertise in en daar hebben we dankbaar gebruik van gemaakt. Willeke van den End en Dorien van Straten, beide advocaat bij UBR|AAA hebben vanaf het begin met ons en de betreffende organisaties goed meegedacht over hoe we dat vorm moeten geven. Zonder jullie inbreng hadden we, denk ik, geen akkoord over de periodieke VOG gesloten. Een mooi voorbeeld van grenzeloos samenwerken binnen de rijkssector.’

Hoe staat het met de harmonisering van arbeidsvoorwaarden binnen de sector Rijk? Er zou in dat opzicht sprake zijn van een vermagerde cao. Hoe zit dat?

‘Verdergaande harmonisering van arbeidsvoorwaarden is een logisch gevolg van één werkgever Rijk. Gelijke situaties willen we zoveel mogelijk gelijk behandelen. Dat is ook goed voor de mobiliteit binnen het Rijk. Als het goed is, wordt het geheel van rijksbrede en departementale regelingen zo wat dunner. Je krijgt ook een dunnere cao als je de zaken minder gedetailleerd regelt. Maar het Rijk schiet al snel in de houding dat we voor elke uitzondering een aparte regel moeten opnemen. Als het niet in de cao staat wil men een protocol of handleiding. Dat zit kennelijk een beetje in de cultuur van het Rijk. En anders komen de bonden daar wel mee. Uitzonderingen blijven wel aanwezig omdat bepaalde onderdelen binnen de rijksoverheid echt anders zijn. Zo hebben we bij de thuiswerkvergoeding geconstateerd dat inspecteurs vaak geen vaste thuiswerkdag hebben, maar hybride werkdagen hebben, waarop men reist voor een inspectie en mogelijk een deel van de dag thuis werkt. We zullen met bonden moeten kijken hoe we hier mee omgaan en of voor deze situaties een aparte afspraak nodig is.

Maar het is lastig om te harmoniseren als er veel departementale regelingen zijn. Op het punt van de thuiswerkvergoeding en –voorziening hebben we nu een mooie stap in harmonisatie kunnen zetten. We kunnen hier nog wel een stap zetten in de samenwerking tussen BZK en de departementen. Er poppen op een laat moment soms nog regelingen voor specifieke groepen op en ook de achtergrond van afspraken is bij departementen zelf onvoldoende helder. Wij moeten hier in de voorbereiding meer bovenop zitten, maar het vergt ook een pro-actieve inspanning bij departementen.’

Welke belangrijke thema’s staan er voor de cao 2022 op stapel?

‘Het cao-akkoord moet nog ondertekend worden en vertaald in concrete artikelen, je bent er dus vroeg bij met deze vraag. Uiteraard hebben we wel ideeën. De faciliteiten voor hybride werken hebben we nu geregeld, maar de CAO Rijk "denkt" nog sterk vanuit het idee dat je één vaste werklocatie hebt. Bij hybride werken kan het ook zo zijn dat je soms op een andere locatie, bijvoorbeeld een rijksvestiging dichter bij huis werkt en een andere dag naar een andere werklocatie reist. In het huidige akkoord hebben we wel benoemd dat de werkplek diffuser wordt en dat we gezamenlijk met bonden gaan bekijken waar dit de CAO Rijk raakt. Een belangrijk, maar ook gevoelig thema daarbij is natuurlijk de reiskosten, met het onderscheid tussen dienstreizen en woon-werkverkeer. En ook hier zijn er grote verschillen tussen (groepen) werknemers. Daar moeten we bij afspraken wel recht aan doen. Ik hoop dat we in de voorbereiding op de volgende cao-onderhandelingen hier gezamenlijk met bonden ons huiswerk kunnen doen zodat we in het volgende akkoord weer een stap kunnen zetten.

Daarnaast blijven we als werkgever Rijk voorstander van om leeftijdsafhankelijke verlofregelingen om te zetten in regelingen waarbij je niet een recht hebt op leeftijd X, maar gedurende je loopbaan rechten op bouwt. Je kunt dan verlof opnemen, sparen voor een sabbatical of voorafgaand aan je pensioen opnemen. Of bijvoorbeeld combineren met deeltijdpensioen.  Dit sluit volgens ons beter aan bij de individuele verschillen en wensen van werknemers. Maar het onderwerp ligt heel gevoelig bij werknemers. Ik begrijp dat wel als je ouder bent en de bestaande regelingen voor je neus verdwijnen. Maar we zullen nooit een regeling hervormen zonder goed overgangsrecht. Ook op dit punt zou het goed zijn als we de mogelijkheden vooraf verkennen.’

Gaat het bij de cao 2022 ook weer zo lang duren?

‘Je ziet, ik noem hier al een paar onderwerpen die heel gevoelig liggen. Daarnaast weten we nog niet wat een nieuw kabinet voor voornemens heeft. Ook die kunnen van invloed zijn op onze loonruimte of inhoudelijke thema’s. Tenslotte zullen de bonden zo ook hun eisen hebben. De ervaring leert dat het nooit een eenvoudig en heel voorspelbaar traject is. Je moet kunnen improviseren en zoeken naar oplossingen waar zowel de bonden als de werkgever Rijk mee uit de voeten kan. En beide kanten moeten aftasten wat voor de andere partij belangrijke punten zijn en waar ruimte zit. Dit heeft tijd nodig.’

Hoe kijk je zelf terug op de afgelopen periode?

‘Het was een grillig traject waarbij de bonden twee keer boos zijn weg gelopen. We gaan zelf eens goed evalueren hoe het proces is verlopen, wat we goed hebben gedaan en waar het beter kan. Inhoudelijk hebben we een mooi akkoord gesloten. Er waren twee inhoudelijke zaken die we wilden regelen, de periodieke VOG en faciliteiten voor hybride werken. Die hebben we allebei kunnen realiseren.’