Weblogs

mr. Karto spreekt (nummer 1)

Mr. Karto

De vroege ochtendzon kwam te voorschijn van achter een parkeerpaal op de Laan van Westervoort. Volgens de weersberichten zou het de gehele week schitterend weer worden. Het stoplicht sprong op groen, Frans de Monchy gaf gas en draaide met zijn auto rechts af de parkeerplaats op van het districtskantoor Zuid-Holland-Noord van Rijkswaterstaat. Hij stapte uit, terwijl een hand zijn ogen beschermde tegen een al rap sterker wordende zon keek hij eventjes naar de zachtjes wapperende Rijkswaterstaatvlag op het districtsgebouw. In gedachte gaf hij hem een knipoog. Alweer bijna 25 dienstjaren voor de ‘Waterstaat’ was immers niet verkeerd toch? Eerst als weginspecteur en vervolgens als coördinator.  

Het zou weer een goede dag worden. Een paar bakken koffie met de collega’s, een praatje pot met de medewerkers, daarna zien wat de weg met zich mee brengt en waarmee de inspecteurs nu weer geconfronteerd zouden worden. Dat vond hij nou zo mooi van zijn werk; dat afwisselende, dat ongewisse.

De trap oplopend opende Frans zijn agenda. Tot zijn plotselinge schrik zag hij een heikel agendapunt dat hem geheel was ontschoten.

Vorige week had het MT, via het hoofdkantoor van Rijkswaterstaat, vernomen dat de bereik- en beschikbaarheidsdiensten via een rooster ook kunnen worden opgedragen aan ambtenaren van 55 jaar en ouder. Een uitspraak van de hoogste rechter binnen het ambtenarenrecht zou dit namelijk beslist hebben. Een dergelijke dienst zou dan geen arbeid dan wel ‘dienst’ zijn en zou dus ook aan 55-plussers in de nachtelijke uren opgedragen kunnen worden. In de wetenschap dat bij de meeste districten krapte aan bezetting en een te kort aan budget de dagelijkse realiteit is, had het hoofdkantoor dit zo snel mogelijk doorgegeven aan de districten met de boodschap hier directe uitvoering aan te geven. Ook aan hen die, gezien hun leeftijd (55 jaar of ouder) niet meer voor nachtelijke consignatiediensten werden ingeroosterd. Binnen het district Zuid Holland-Noord bleek dit inderdaad van toepassing op een medewerker: Lonny Stercke, een weginspecteur van 58 jaar. Al drie-en-een-half-jaar niet meer beschikbaar voor nachtdiensten en vanaf dat moment weer helemaal content met zijn werk.

’Hé, die Frans!’ klonk het joviaal toen hij de deur van de kantine opende. Aan de lange tafel direct tegenover de deur zaten een viertal vroege inspecteurs gezamenlijk aan een beker koffie waarop hun eigen naam stond vermeld. ‘Zo ook weer van de partij’ zei Marcel, een lange man van middelbare leeftijd in een keurig uniform. ‘Ja’ zei Lonny,‘Frans en ik hebben zo meteen een personeelsgesprekje. Ik vrees dat ik op de nominatie sta om een bewuste beloning te krijgen.’ Hij glimlachte naar zijn tafelgenoten. Frans speelde de act mee en maakte, gekscherend, het geldgebaar met duim en wijsvinger ‘verschil moet er zijn, toch mannen?’ Hij roerde in zijn juist ingeschonken kopje koffie en verborg zijn zorgen achter een glimlach. Hoe zou hij het aanpakken? Hoe ging hij een man met de leeftijd van Lonny vertellen dat hij voortaan gekoppeld aan bereik- en beschikbaarheidsdiensten weer nachtdiensten moet gaan draaien?

Hij herinnerde zich het vertrouwelijk onderhoud als de dag van gisteren. ‘Het is niet dat ik het lichamelijk niet kan Frans, maar zoals je weet is mijn moeder vorig jaar overleden, mijn vrouw slaapt onrustig als ik ‘s nachts op de weg zit en alles komt samen begrijp je.’ Er was toen geen enkel probleem geweest, immers Rijkswaterstaat volgde het ARAR en kende een regeling die medewerkers vanaf 55 niet meer inroosterde voor nachtdiensten. Dus ook niet aansluitend op consignatiediensten, althans zo was altijd de interpretatie geweest van de regeling. Frans voelde bij zichzelf een steeds groter wordende weerstand om het gesprek te gaan voeren. Terwijl hij kleine slokjes nam van de hete koffie wachtte hij tijdens het collegiaal gekabbel op het juiste moment. Toen de energie van dit vrolijke samenzijn terug viel tot een natuurlijke stilte zei hij ‘Ok, Lon zullen we dan eventjes?’ In Frans’ kamer stak Lonny direct van wal ‘jouw kamer verandert ook nooit wel?’ terwijl zijn oog op de familiefoto belandde. ‘Is je dochter destijds nog aangenomen bij..?’, ‘bij de rechtbank bedoel je. Ja dat is gelukt’. Frans voelde het zweet tussen zijn vingers en de pen in zijn hand ‘uuh, hé Lon, waar ik je over wilde spreken is het volgende...’

mr. Karto:

Dit had anders gemoeten en gekund. Inderdaad heeft de Centrale Raad van Beroep (uitspraak 26 januari 2017, ECLI: NL: CRvB: 382) het volgende beslist: Hoewel de bereikbaarheidsdiensten van tevoren bekend zijn gemaakt via een rooster en structureel zijn opgedragen, is er geen sprake van structureel opgedragen werk. Inroostering voor de bereik- en beschikbaarheidsdiensten brengt pas na oproeping wegens een storing of andere calamiteit (en dus slechts incidenteel) het verrichten van werk met zich. De buiten reguliere werktijden vallende uren waarin een medewerker ingeroosterd voor bereik- en beschikbaarheid zijn dan geen werktijd en kunnen niet worden aangemerkt als het verrichten van dienst in de zin van art. 21 vijfde lid, van het ARAR. In een dergelijk geval biedt het ARAR geen bescherming voor de oudere werknemer.

De werkgever is in dit geval tekort door de bocht gegaan. Ondanks de mogelijkheden die de nieuwe uitspraak biedt voor personeelsbeleid ten aanzien van oudere werknemers dient het invoeren en uitvoeren van nieuw beleid de toets van zorgvuldigheid te kunnen doorstaan. De vraag die de werkgever zich had moeten stellen was of er een redelijke balans was tussen het belang van de organisatie en het belang van de individuele werknemer.
Een term die hier aan de orde komt is bijvoorbeeld het vertrouwensbeginsel. Had de werknemer na 3-en-een-half-jaar er op mogen vertrouwen, mede gezien zijn gevorderde leeftijd, niet meer in de nachtelijke uren te hoeven werken. Een ander voorbeeld is het evenredigheidsbeginsel. De belangen van werkgever en werknemer moeten tegen elkaar afgewogen worden (is het dienstbelang doorslaggevend ten opzichte van het individuele belang van een medewerker en hoe zit het als het dienstbelang wordt gecombineerd met een redelijke afbouwperiode). Dit soort problemen vereisen maatwerk. Met name dat laatste had de hiervoor genoemde leidinggevende in een minder moeilijk situatie gebracht en leidt vervolgens tot een kwalitatief betere besluitvorming.

Juridisch advies in een zo vroeg mogelijk stadium was hier op zijn plaats geweest. Voor de juiste juridische dienstverlening (zowel in het voor- midden- en eind traject) kunt u zich richten tot EC O&P. Hoe eerder, hoe beter voor het dossier.

NB: De namen van personen en organisaties in deze casus zijn (grotendeels) fictief. Aan de inhoud van deze casus kunnen geen rechten worden ontleend.

Reactie toevoegen

U kunt hier een reactie plaatsen. Ongepaste reacties worden niet geplaatst. Uw reactie mag maximaal 2000 karakters tellen.

Uw reactie mag maximaal 2000 karakters lang zijn.

Reacties

Er zijn nu geen reacties gepubliceerd.