Wajongers kunnen veel meer dan gaten opvullen

Henk Heijmans startte bij het ministerie van Infrastructuur en Milieu
(I&M) een project waarvoor hij op tijdelijke basis drie Wajongers aannam.
Vandena Chatterpal was een van hen. Een succesvolle match.

Wajongers kunnen veel meer dan gaten opvullen

Henk, operationeel manager van de afdeling Documentaire Dienstverlening bij I&M: ‘vijf
jaar geleden zijn we gestart met de overstap naar volledig digitaal werken, dus moesten we veel papieren informatie scannen. Een tijdrovende klus waarbij ik extra handen goed kon gebruiken. Omdat in 2015 ook de banenafspraak van kracht was geworden, leek mij dat ideaal werk voor mensen uit de doelgroep.’ En zo gingen drie Wajongers, onder wie Vandena, aan de slag. Vandena: ‘in het sollicitatiegesprek werd aan mij gevraagd waar jullie rekening mee moesten houden. Dat vond ik heel fijn.’

Gelijkheid in de groep

Het tijdelijke project was in veel opzichten leerzaam. Zo bleek de externe projectleider niet geschikt als begeleider, en moesten ook de drie tijdelijke medewerkers aan elkaar wennen.
Vandena: ‘toen ik hoorde dat ik met andere Wajongers in een team kwam, vond ik dat eerst
een beetje eng omdat je niet weet waar zij last van hebben. Maar gelukkig konden we goed
met elkaar overweg, dus was dat al snel geen probleem meer.’

Henk houdt als manager graag contact met iedereen en loopt regelmatig langs. ‘gelijkheid
in de groep vind ik belangrijk, dus ik praat veel met iedereen. Omdat de projectleider te veel
afstand hield, heb ik de rollen opnieuw verdeeld en een andere medewerker als begeleider
aangesteld. Daarna liep het prima.’

Van gaten vullen naar contract

Inmiddels hebben twee van die drie Wajongers, onder wie Vandena, een vaste aanstelling op de afdeling als medewerker Scannen en Registreren. Henk: ‘het is eigenlijk jammer dat de banenafspraak vaak begint met het opvullen van gaten, al heb ik dat als manager zelf ook gedaan met dat eerste tijdelijke project. Nu heb ik wel geleerd dat mensen met een arbeidsbeperking veel meer in zich hebben. Bij de start had ik ook het beeld dat ik hen verder niets kon bieden.’ Het tijdelijke project kon worden voortgezet omdat de kwaliteitscontrole van de scans, die was uitbesteed, niet in orde bleek te zijn. Henk: ‘met het terughalen van die kwaliteitscontrole had ik budget om deze banen te behouden en kon ik dus de contracten met de medewerkers uit de doelgroep verlengen.’

Opbloeien

Henk voerde ook gesprekken met de medewerkers over hun toekomst. Iets wat Vandena erg waardeerde. ‘Ik kreeg de kans om workshops en trainingen te doen, zo leuk! Ik had er nooit over nagedacht dat dit ook kon.’ Henk vult haar aan: ‘ik vind het ook voor tijdelijke medewerkers, al dan niet met een arbeidsbeperking, van belang dat ze de ruimte krijgen zich verder te ontwikkelen. Als ik dan geen werk meer voor hen heb, help ik hen toch verder.’ Volgens hem is het ook belangrijk dat de directie de banenafspraak omarmt. ‘De directie heeft het wel veel over bijvoorbeeld “lean werken”, maar dat doen we eigenlijk al lang. Als ze de banenafspraak net zoveel prioriteit zou geven, biedt dat enorm veel kansen. Ik zie mijn Wajongers gewoon opbloeien, en daar doe ik het uiteindelijk voor.’