Staat van de Staat augustus 2021

Liegen en strafbare feiten plegen is ernstig verwijtbaar 

Op 26 juli 2021 deed de kantonrechter in Groningen uitspraak in een ontbindingsverzoek van de werkgever. De werkgever verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst omdat hij vindt dat de werknemer (ernstig) verwijtbaar heeft gehandeld. De werknemer was eerder ontslagen bij een ander onderdeel van de Staat en heeft daarover meerdere malen gelogen. Verder heeft hij ook nog meerdere malen strafbare feiten gepleegd, voorafgaand en tijdens zijn indiensttreding bij de werkgever. De werkgever heeft bij de rechter aangevoerd dat van ambtenaren een hoge mate van integriteit wordt verwacht, en daar past liegen én (ook in privé-tijd) plegen van strafbare feiten niet bij. De werknemer voert geen verweer. De kantonrechter vindt het gedrag van de werknemer zo ernstig dat hij de arbeidsovereenkomst zonder opzegtermijn ontbindt en bepaalt dat de werknemer geen recht heeft op transitievergoeding. Deze uitspraak is (nog) niet gepubliceerd. 
 

Invoering nieuwe medezeggenschapsstructuur

Op 5 juli 2021 deed het Gerechtshof Den Haag in hoger beroep uitspraak in een zaak die de ondernemingsraad van een onderdeel van de Belastingdienst aanspande tegen de werkgever.  Het Hof sprak zich in deze zaak uit over het verzet van de OR tegen de invoering van een nieuwe medezeggenschapsstructuur. Op LinkedIn vind je het blog dat ons Kennispunt Reorganiseren schreef over deze uitspraak. Lees hier de gehele uitspraak.
 

Niet verschijnen op het werk zonder goede reden is ernstig verwijtbaar

De kantonrechter in Den Haag publiceerde recent een uitspraak van 8 april 2021 in een zaak waar werkgever verzoekt om ontbinding van de arbeidsovereenkomst omdat de werknemer in zijn ogen ernstig verwijtbaar heeft gehandeld. Het ging hier om een geval waar de werknemer meermaals zonder gegronde reden niet op het werk is verschenen. De werknemer is meerdere malen gewaarschuwd maar ook dat leidde er niet toe dat werknemer zich ging houden aan de opdracht van werkgever om op het werk te verschijnen. Interessant detail: onder het ambtenarenrecht is de werknemer ooit ontslagen, maar dit is toen teruggedraaid door de Centrale Raad van Beroep. Tot een echte hervatting van het werk is het echter nooit gekomen omdat de werknemer niet verscheen voor de werkzaamheden die hem werden aangeboden. De werknemer voert geen verweer. De kantonrechter oordeelt dat het handelen van de werknemer ernstig verwijtbaar is en ontbindt de arbeidsovereenkomst zonder opzegtermijn en transitievergoeding. Lees hier de gehele uitspraak.

Niet verlengen arbeidsovereenkomst vanwege het niet voldoen aan opleidingseisen

Op 15 juni 2021 deed de kantonrechter in Den Haag uitspraak in een zaak die een werknemer aanspande tegen de werkgever omdat hij niet in vaste dienst van de Staat is gekomen. De werknemer verzoekt de kantonrechter voor recht te verklaren dat de werkgever gehandeld heeft in de strijd met de norm van goed werkgeverschap door zijn arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd niet om te zetten in een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Hij wil een vast dienstverband óf schadevergoeding. De kantonrechter gaat mee in het betoog van de werkgever dat de werknemer niet de voor een vaste arbeidsovereenkomst vereiste opleiding heeft behaald, ondanks wat discussie over welk cijfer de werknemer voor een onderdeel van de opleiding behaald zou hebben. De verzoeken van werknemer worden afgewezen. Lees hier de gehele uitspraak.

Meer informatie?

Heb je vragen over een van de uitspraken? Neem dan contact op met je huisjurist of stel je vraag aan het Kennispunt Ontslag