De staat van de Staat - april 2022

Over openheid van zaken en ernstige verwijtbaarheid: een gewaarschuwde ambtenaar telt voor twee?

Op 17 maart 2022 deed de kantonrechter een uitspraak in een ontbindingsverzoek op grond van verwijtbaar handelen. Het ging hier om een jonge ambtenaar die sinds 1 januari 2021 bij de Douane werkte – eerst met een proefplaatsing, later in dienst. In die korte periode is er echter al heel wat voorgevallen:

  • Hij heeft twee keer zonder toestemming een dienstauto meegenomen om broodjes en sigaretten te gaan halen. Tijdens een van die ritten krijgt hij tot overmaat van ramp ook nog eens een bekeuring voor een snelheidsovertreding én bij de tweede rit blijkt achteraf dat zijn rijbewijs al was ingenomen. Voor het meenemen van de dienstauto krijgt de werknemer een schriftelijke waarschuwing;
  • De medewerker gebruikt zijn zakelijke OV-chipkaart meerdere malen voor privéreizen en krijgt daarvoor een schriftelijke berisping;
  • De medewerker doet melding van mishandeling bij de politie als hij een nacht op pad is, maar als de politie ter plaatse komt gedraagt hij zich recalcitrant en merkt de politie dat hij onder invloed van alcohol is. De medewerker vertelt aan de politie dat hij ambtenaar is en bij de Douane werkt. Later wordt hij, ondanks een waarschuwing van de politie dat hij niet moet gaan rijden, toch aangehouden en wordt geconstateerd dat hij te veel alcohol op had om te mogen rijden. De volgende ochtend komt hij niet op het werk en zegt dat dit is omdat hij aangifte van mishandeling aan het doen was bij de politie.

De werkgever gaat met de medewerker in gesprek, maar krijgt eigenlijk geen duidelijk antwoord op de vragen die gesteld worden over zijn rijbewijs en zijn gedrag tegenover de politie. De werkgever besluit de medewerker te schorsen en verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst. 


De redenen voor het ontbindingsverzoek

Uit het ontbindingsverzoek blijkt dat de werkgever de werknemer verwijt dat hij:

  • Zonder geldig rijbewijs een dienstauto heeft bestuurd;
  • Een onjuiste en onvolledige verklaring heeft afgelegd over zijn afwezigheid, bij welke verklaringen hij is gebleven, ook toen is doorgevraagd;
  • Zich recalcitrant, brutaal en denigrerend heeft opgesteld tegen politieambtenaren en daarbij een nadrukkelijk verband heeft aangebracht met zijn hoedanigheid van Douaneambtenaar.

De werknemer handelt hiermee in strijd met de Ambtenarenwet, de Wegenverkeerswet, de beginselen van goed werknemerschap, het personeelsreglement, de Gedragscode Integriteit Rijk en de Kernwaarden van de Douane. 


Openheid van zaken geven omdat je ambtenaar bent


Een interessante overweging van de kantonrechter die in lijn is met vroegere jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep:
“Op grond van artikel 6 lid 1 van de Ambtenarenwet is werknemer verplicht zich als een goed ambtenaar te gedragen. Daarmee heeft werknemer een bijzondere (integriteits)positie ten opzichte van de werknemer die geen ambtenaar is. Mede gelet op die bijzondere positie had het op de weg van werknemer gelegen om openheid van zaken te geven nadat zijn werkgever hem daarom verzocht. Dat geldt des te meer nu werknemer eerder al vanwege een integriteitskwestie schriftelijk was gewaarschuwd en er al een berisping was aangekondigd. Dat werknemer zich zoals hiervoor beschreven heeft gedragen en heeft nagelaten openheid van zaken te geven vindt de kantonrechter ernstig verwijtbaar en reden voor ontbinding van de arbeidsovereenkomst.” 
De werknemer voert geen verweer – ondanks dat de kantonrechter hier uitdrukkelijk op doorvraagt - en de kantonrechter oordeelt dat er een grond voor ontbinding van de arbeidsovereenkomst is. Het gedrag van de werknemer is ook ernstig verwijtbaar, dus de medewerker heeft geen recht op transitievergoeding, gaat direct uit dienst en moet opdraaien voor de proceskosten.
Lees hier de volledige uitspraak.

15 jaar procederen met de werkgever levert uiteindelijk ontbinding mét transitievergoeding op

Op 12 april 2022 deed het Gerechtshof Den Haag een uitspraak in een zaak waar een ambtenaar al sinds 2007 aan het procederen is met de werkgever. Zijn dienstverband werd in 2007 – toen natuurlijk nog met een ontslagbesluit – beëindigd wegens ongeschiktheid voor zijn functie. Dit besluit leidde tot diverse procedures bij de bestuursrechter en in 2015 oordeelde de Centrale Raad van Beroep dat het ontslag geen stand kon houden. 

Werkweigering 

In vervolg op de uitspraak van de CRvB nodigt de werkgever de werknemer uit voor een gesprek over wedertewerkstelling en plaatste hem in een functie, waarbij hem in 2017 werd opgedragen deze functie uit te voeren. De werknemer wilde dit niet en vanaf november 2017 worden er meer pogingen gedaan hem ergens geplaatst te krijgen, dit keer zelfs op een functie twee schalen hoger dan zijn oorspronkelijke schaal. Op 18 februari 2020 wordt nogmaals een opdracht tot werkhervatting gegeven, waar de werknemer weer geen gehoor aangeeft. De medewerker geeft meerdere malen aan alleen met de Secretaris-Generaal te willen praten over werkhervatting. Na nog een aantal gesprekken en veel berichten over en weer verzoekt de werkgever de arbeidsovereenkomst te ontbinden op grond van verwijtbaar handelen van de werknemer. De kantonrechter gaat mee in het verzoek van de werkgever en ontbindt de arbeidsovereenkomst met onmiddellijke ingang vanwege ernstig verwijtbaar handelen. 
De werknemer laat het hier niet bij zitten en vraagt aan het Hof herstel van de arbeidsovereenkomst en anders om de transitievergoeding en een billijke vergoeding van 4,4 miljoen euro + 720.000 euro pensioenschade. 


Het oordeel van het Hof


Het Hof stelt voorop dat van de medewerker had mogen worden verwacht dat hij meewerkte aan zijn re-integratie binnen de overheid. De medewerker had – in ieder geval een tijdje na de uitspraak – de verplichting een redelijk aanbod (dat de Staat volgens het Hof ook meerdere malen heeft gedaan) voor een passende functie te accepteren. Sinds de CRvB het ontslag vernietigde heeft de medewerker geen dag meer gewerkt, ondanks alle pogingen van de Staat. Een beroep op de herplaatsingsverplichting bij ontslag mag de medewerker ook niet baten. Het Hof ziet dat juist als de kern van de zaak: van de Staat kon niet langer worden gevergd dat zij nog langer pogingen onderneemt om de medewerker te herplaatsen. Eigenlijk alles wat de werknemer aanvoert, hij zou niet voldoende gewaarschuwd zijn, de Staat had eigenlijk een verbetertraject moeten starten, hem moeten schorsen, er zijn nog procedures aanhangig bij de bestuursrechter, de leidinggevende die hem instructies gaf had geen mandaat en hij is afhankelijk van zijn salaris voor het levensonderhoud baten de werknemer niet. De kantonrechter heeft terecht geoordeeld dat sprake is van werkweigeringen en dat leidt tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst op de e-grond (verwijtbaar handelen).

Niet ernstig verwijtbaar

Dat er reden is voor ontslag wegens verwijtbaar handelen, betekent niet dat dit ook direct ernstig verwijtbaar is. Het Hof overweegt dat de lat voor ernstig verwijtbaar handelen hoog ligt en dat de werkweigering van de werknemer een lange voorgeschiedenis kent. Ook het feit dat de Staat nog mediation heeft aangeboden in 2020 (zelfs na indiening van het ontbindingsverzoek) waarbij de mogelijkheid alsnog een functie binnen het Rijk open stond, wijst er volgens het Hof op dat er geen sprake zou zijn van ernstig verwijtbaar handelen. Het Hof concludeert: ‘deze omstandigheden tezamen vormen voor het Hof wel reden om de werknemer zijn halsstarrige houding, die heeft geleid tot de werkweigering, minder zwaar aan te rekenen. Dit rechtvaardigt de conclusie dat de handelwijze van de werknemer wel verwijtbaar is, maar niet ernstig verwijtbaar.’

Uitspraak

De bestreden beschikking wordt op het punt van de ernstige verwijtbaatbaarheid vernietigd. Het Hof bepaalt de ontbindingsdatum op 8 mei 2021 en de werknemer krijgt een transitievergoeding van €74.483 bruto. Het verzoek om billijke vergoeding is niet-ontvankelijk. De proceskosten worden voor zowel de procedure in eerste aanleg als in hoger beroep gecompenseerd (elke partij draagt zijn eigen kosten). 
De uitspraak van de CRvB en de uitspraak in eerste aanleg (van de kantonrechter) zijn gepubliceerd: ECLI:NL:CRVB:2015:563 en ECLI:NL:RBDHA:2021:8499. De uitspraak in hoger beroep is lees je hier.

Kort maar krachtig: arbeidsovereenkomst ambtenaar wordt ontbonden vanwege betrekken collega bij zeer ernstig misdrijf

Op 25 februari 2022 deed de kantonrechter een hele korte uitspraak in een ontbindingsverzoek van de Staat. Het ging hier om een ambtenaar die werkt bij het Openbaar Ministerie dat de taak heeft strafbare feiten op te sporen en te vervolgen. Hij had een aantal zaken op zijn kerfstok:

  • Hij heeft een collega overgehaald om tegen een vergoeding een bankrekening te openen;
  • Hij heeft zijn eigen bankrekening laten gebruiken door derden;
  • Hij heeft op het werk zijn collega een tas met een mes laten zien, wat vanzelfsprekend bedreigend overkwam.

Kort gezegd: deze medewerker heeft zich niet als goed ambtenaar gedragen, terwijl juist aan ambtenaren – en in het bijzonder aan ambtenaren met zijn taken – hoge eisen op het gebied van integriteit worden gesteld. De medewerker voert geen verweer, is ook niet op de zitting en de kantonrechter ontbindt de arbeidsovereenkomst op de e-grond (verwijtbaar handelen). Het is ook ernstig verwijtbaar, dus de medewerker krijgt geen transitievergoeding en de arbeidsovereenkomst wordt direct ontbonden. De medewerker draait op voor de proceskosten van de werkgever. Deze uitspraak is (nog) niet gepubliceerd.