De staat van de Staat - maart 2022

Datalek, personeelsvertrouwelijke informatie en AVG: dwangsom voor oud-medewerker die weigert vertrouwelijke documenten te vernietigen

De Staat dagvaardt een oud- externe medewerker die op basis van een overeenkomst van opdracht werkzaam is geweest voor de Staat. Tijdens die werkzaamheden doet deze medewerker een integriteitsmelding en dient hij een klacht in tegen een aantal collega’s én daarna ook nog eens tegen de integriteitscoördinator die de integriteitsmelding in behandeling had. Hij start vervolgens ook een procedure tegen de Staat om “extra feitelijke werkuren” uitbetaald te krijgen, maar verliest deze procedure in eerste aanleg en in hoger beroep. 

Klachtprocedure

De Staat komt er in de klachtprocedure (als de medewerker allang niet meer werkt voor de Staat) achter dat de medewerker nog personeelsvertrouwelijke stukken heeft bewaard. Achteraf blijkt dat hij tijdens zijn werkzaamheden 349 e-mailberichten heeft doorgestuurd naar zijn privé-accounts. De Staat doet op grond van de AVG een melding van een datalek bij de Autoriteit Persoonsgegevens en vraagt de medewerker om informatie over de stukken die hij nog heeft. De medewerker wil de dossiers niet teruggeven aan de Staat, ook niet als zijn eigen werkgever (USG) hem daartoe sommeert. Als reden geeft hij onder meer dat hij de stukken nodig heeft in de procedures die hij nog tegen de Staat voert. 

Schending AVG en privacy

De Staat vraagt aan de rechter om de medewerker op straffe van een dwangsom te gebieden alle documenten te vernietigen. Daarover zegt de Staat het volgende:
De personeelsvertrouwelijke informatie waarover gedaagde tijdens zijn werkzaamheden voor de Staat de beschikking had, is binnen de Staat zeer goed beschermd. Omdat overheidsinformatie goed beschermd moet worden, gelden er ook normen voor (ingehuurd) personeel die zien op de omgang met die informatie. In strijd met deze normen – waar gedaagde zich door ondertekening van de Model Integriteitsverklaring Rijk voor externen heeft onderworpen – heeft gedaagde zeer grote hoeveelheden (personeelsvertrouwelijke) informatie per e-mail naar zichzelf in privé gestuurd en houdt hij die informatie onder zich. Dit is wanprestatie en dat is onrechtmatig. Gedaagde heeft met zijn handelen ook een (nog steeds voortdurend) datalek als bedoeld in artikel 4 aanhef en onder 12 AVG veroorzaakt. Ook dat is onrechtmatig jegens de Staat en de betrokkenen. Gedaagde handelt bovendien in strijd met de AVG. Voor de verwerking van de persoonsgegevens in de informatie die hij onder zich houdt, bestaat geen grondslag als bedoeld in artikel 6 AVG. Dat geldt nog meer voor de bijzondere en strafrechtelijke persoonsgegevens die in deze informatie voorkomen. Er is ook geen sprake van doorbrekingsgronden of rechtvaardigingsgronden als bedoeld in de AVG. Verder schendt gedaagde de privacy van de betrokken ambtenaren. Dat is jegens hen onrechtmatig en als hun werkgever is de Staat gerechtigd voor hun privacybelangen op te komen.

Uitspraak

De rechter gaat mee in het verhaal van de Staat en stelt vast dat het onrechtmatig is dat de medewerker de documenten nog onder zich houdt. Hij wijst de vordering van de Staat toe. Kort gezegd de medewerker moet alle documenten binnen 24 uur na het vonnis vernietigen én binnen 48 uur een opgave doen aan de Staat van alle documenten die hij onder zich had. Als hij dat niet doet moet hij €1.000 voor elke dag betalen dat hij niet voldoet aan het vonnis, tot een maximum van €150.000. Hij moet ook de proceskosten van De Staat betalen. 
Klik hier voor de volledige uitspraak.

Persoonlijke omstandigheden redden ambtenaar die handelt in strijd met regels rond nevenwerkzaamheden van ontbinding van zijn arbeidsovereenkomst

Op 9 maart 2022 deed de kantonrechter in Rotterdam een uitspraak in een verzoek van het Ministerie van Financiën om ontbinding op (primair) de e-grond. 
Het ging om een ambtenaar die zo ongeveer 40 jaar in dienst was bij de Belastingdienst. In 2016 werd een vaststellingsovereenkomst gesloten. De medewerker werd ontslagen met ingang van 1 september 2022. De medewerker is tot 1 september 2020 aan de slag gegaan bij Switch, een tijdelijke werkorganisatie bij de Belastingdienst. Daarna krijgt de ambtenaar 24 maanden bijzonder verlof. 
Op 1 oktober 2020 is de ambtenaar dus klaar met zijn werk voor Switch, en schrijft hij zich in bij de KvK als eenmanszaak ten behoeve van financiële administratie en advies. De Belastingdienst acht dit in strijd met de integriteitsregels, want de medewerker heeft de inschrijving van zijn bedrijf nooit gemeld bij de Belastingdienst terwijl dit wel moest op grond van de wet en de geldende integriteitsregels. Daar bovenop komt dat de Belastingdienst via de Inspectie SZW wist dat de werkzaamheden die de ambtenaar deed gelden als verboden nevenwerkzaamheden omdat het gaat om werkzaamheden voor een organisatie die zijn fiscale verplichtingen niet nakomt.

Geen ontbinding

De kantonrechter is het met de Belastingdienst eens dat de ambtenaar nevenwerkzaamheden niet heeft gemeld én verboden nevenwerkzaamheden heeft verricht. Toch gaat de kantonrechter niet tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst over, en hij noemt de volgende redenen:

  • Het uitzonderlijk langdurig dienstverband van de werknemer (42 jaar);
  • Dat de werknemer in het verleden uitzonderlijk heeft gefunctioneerd;
  • Dat er nooit eerder iets dergelijks is gebeurd;
  • De grote gevolgen die de ontbinding zou hebben voor de ambtenaar, terwijl de arbeidsovereenkomst toch al op 31 augustus 2022 zou eindigen.

Geen wanprestatie

Interessant aan deze uitspraak is dat subsidiair verzocht wordt om ontbinding wegens tekortkoming in de nakoming van de (ambtelijke) verplichtingen uit de arbeidsovereenkomst. De kantonrechter overweegt dat het voor een ontbinding op die grond moet gaan om ‘ernstige wanprestatie’. De kantonrechter vindt dat er, weer vanwege bovengenoemde omstandigheden, geen sprake is van een wanprestatie die tot ontbinding van de overeenkomst moet leiden. 

De verzoeken van de Staat worden afgewezen en de Staat wordt veroordeeld in de proceskosten. 

Klik hier om de volledige uitspraak te lezen.
 

Naar eigen zeggen overijverige inspecteur ontslagen vanwege declaratiegedrag

Op 27 januari 2022 deed de kantonrechter in Overijssel een uitspraak in een zaak waar de NVWA verzocht om ontbinding van de arbeidsovereenkomst van een inspecteur vanwege verwijtbaar handelen (de e-grond). Nadat in december 2020 bij de teamleider van de inspecteur twijfel ontstond over ingediende declaraties is in april 2021 een feitenonderzoek gestart. Dat gaf reden tot vervolgonderzoek en de medewerker werd in augustus 2021 geschorst. Uit het vervolgonderzoek blijkt volgens de werkgever dat de inspecteur door zijn declaratiegedrag de integriteitseisen ernstig heeft geschonden. De werkgever vraagt de kantonrechter de arbeidsovereenkomst te ontbinden. 
Opvallend in deze zaak is dat de inspecteur aanvoert dat de NVWA niet ontvankelijk is in het verzoek. Verder zegt hij, als de kantonrechter de zaak toch behandelt, dat er geen sprake is van verwijtbaar handelen omdat hij een verklaring heeft gegeven voor de ritten die hij heeft gemaakt en gedeclareerd. Overigens hielden die verklaringen bijvoorbeeld in dat hij verkeerd had geboekt of dat hij privé-ritten wél had mogen declareren. Voor een groot aantal gedeclareerde ritten kan hij geen verklaring geven.

Niet-ontvankelijkheid

De inspecteur vindt dat de NVWA eerst het sanctiesysteem uit de CAO Rijk moet toepassen alvorens een ontbindingsprocedure gestart kan worden. De kantonrechter maakt hier korte metten mee: de overheidswerkgever kan aan een cao geen bevoegdheid ontlenen een beëindiging van het dienstverband als sanctie op te leggen. Een oordeel of een zaak zich leent voor ontbinding van de arbeidsovereenkomst is voorbehouden aan de rechter. De werkgever hoefde het voorgenomen ontslag ook niet eerst aan de Geschillencommissie voor te leggen. De kantonrechter gaat dus over tot inhoudelijk behandeling van de zaak.

Ontbinding wegens verwijtbaar handelen

De inspecteur vindt zijn gedrag niet verwijtbaar én voert aan dat de manier waarop de NVWA het onderzoek heeft verricht niet door de beugel kan. De kantonrechter gaat echter mee met de werkgever: het onderzoek is op een zorgvuldige manier uitgevoerd en er is sprake van een grote hoeveelheid ten onrechte als zakelijk geregistreerde ritten. Saillant detail: de inspecteur geeft aan dat hij uit liefde voor zijn vak en loyaliteit aan de dienst in eigen tijd observaties deed. Zo ging hij weleens op een verlofdag naar een café om te controleren of er gerookt werd. Dat maakt privétijd natuurlijk nog geen werktijd volgens de NVWA en de kantonrechter. 
De kantonrechter concludeert dat de arbeidsovereenkomst vanwege verwijtbaar handelen wordt ontbonden. Hij vindt het gedrag van de inspecteur ook nog eens ernstig verwijtbaar omdat het geen incidentele vergissing of kleine misstap betreft. Verder vervult de inspecteur zelf een toezichthoudende taak en had hij zich bewust moeten zijn van het belang van zijn onkreukbaarheid. De inspecteur krijgt geen transitievergoeding en de arbeidsovereenkomst wordt met onmiddellijke ingang ontbonden. 
De hele uitspraak is hier te vinden.