Staat van de Staat - november 2021

Zwijgen is goud? Gerechtvaardigd opgewekt vertrouwen bezorgt uitzendkracht een vast dienstverband.

Op 26 oktober 2021 deed de Rechtbank Den Haag een interessante uitspraak. Een voormalig werkneemster van de Belastingdienst – zij was werkzaam als uitzendkracht bij de BelastingTelefoon – vordert veroordeling om aan haar een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd aan te bieden per 1 december 2020 (met terugwerkende kracht dus) omdat zij er gerechtvaardigd op had mogen vertrouwen dat zij voor een vaste functie bij de Belastingdienst in aanmerking kwam.

Een korte opsomming van de relevante gebeurtenissen:

  • In mei 2018 gaat mevrouw voor 20-28 uur per week via een uitzendbureau aan de slag bij de BelTel. Een tijdje later wordt afgesproken dat mevrouw een vast aantal van 16 uur zal werken.
  • In juli 2020 heeft de BelTel 68 vacatures en mevrouw solliciteert. Na de sollicitatie wordt aan uitzendkrachten meegedeeld dat voor hen over het algemeen geen voorselectie of assessment plaatsvindt en wordt meegedeeld dat de minimaal te werken uren 20 uur per week bedragen. Mevrouw bespreekt dit met haar supervisor en geeft aan dat zij het liefst 16 uur per week wil, maar als dat in de weg staat aan een vast dienstverband zij bereid is toch 20 uur per week te werken. 
  • Mevrouw wordt afgewezen omdat zij niet voldoet aan de diploma-eisen. Zij vraagt herwaardering van haar diploma’s aan en dat lukt. 
  • Van haar supervisor hoort mevrouw – via WhatsApp en twee keer via e-mail - dat zij een vast contract zal krijgen. De supervisor heeft dit gehoord van een lid van het managementteam. 
  • Helaas moet de supervisor zo’n twee weken later aan iedereen meedelen dat een aantal contracten on hold zijn geplaatst. Op 24 augustus 2020 wordt mevrouw meegedeeld dat er geen vertrouwen is in haar duurzame inzetbaarheid en flexibiliteit en dat zij daarom geen vast contract zal krijgen. 

Mevrouw stapt naar de rechter en zegt dat zij erop had mogen vertrouwen dat zij een vast contract zou krijgen. De Belastingdienst is het hier niet mee eens en voert aan dat de supervisor niet bevoegd was de toezegging te doen en er pas na doorlopen van de gehele procedure zekerheid kan zijn over het verkrijgen van een vast contract. 

De kantonrechter volgt de medewerker. Hij vindt het volgende van belang:

  1. Als de uren-eis echt zo belangrijk was had de Belastingdienst de sollicitatie van mevrouw niet in behandeling moeten nemen. Door dat wel te doen, ondanks de kanttekening van mevrouw dat zij het liefst 16 uur wil werken, blijkt dat het geen echt ‘harde eis’ was, en anders was mevrouw wel bereid 20 uur te werken.
  2. De supervisor heeft mevrouw na navraag en op aangeven van de leden van het managementteam meermaals bevestigd dat er geen belemmeringen zouden zijn voor een vast contract. Daarom mocht mevrouw erop vertrouwen dat het dienstverband haar is aangeboden namens het managementteam en doet het feit dat de supervisor niet bevoegd was niet ter zake en mocht mevrouw afgaan op de mededelingen van de supervisor.
  3. De slotsom: de Belastingdienst heeft in strijd met goed werkgeverschap gehandeld door haar geen vast dienstverband aan te bieden. Omdat zij tot 15 augustus 2021 elders heeft gewerkt wordt de Belastingdienst veroordeeld tot het aanbieden van een vaste arbeidsovereenkomst met ingang van 16 augustus 2021. Het loon moet vanaf die datum worden betaald en mevrouw moet binnen 8 dagen worden toegelaten tot de werkzaamheden. Als de Belastingdienst haar niet toelaat tot het werk binnen die 8 dagen gaat er een dwangsom van €500 per dag lopen. De Belastingdienst wordt veroordeeld in de proceskosten.

Lees hier de gehele uitspraak.

Meer informatie

Heb je naar aanleiding van deze casus en uitspraak van de Rechtbank een vraag? Je huisjurist beantwoordt hem graag!