Staat van de Staat - oktober 2021

Ontbinding op de g-grond, na zoveel jaar is de arbeidsverhouding echt duurzaam verstoord

Op 24 september deed de kantonrechter uitspraak in een zaak waar een PIW-er bijna 33 jaar in dienst was bij DJI. In dat lange dienstverband is er veel gebeurd: zo is de medewerker vaak lang arbeidsongeschikt geweest, hij krijgt een berisping die weer vervalt als hij daartegen in bezwaar gaat, de medewerker eist rehabilitatie, er is sprake van een loonsanctie en de medewerker wordt gedetacheerd en overgeplaatst waarbij hij tot in hoger beroep procedeert. In 2015 start een mediation-traject dat niet slaagt en ontvangt de medewerker een WGA-uitkering. Op 3 oktober 2016 besluit de werkgever de medewerker ontslag te verlenen tegen langdurige arbeidsongeschiktheid. Ook daar volgt een procedure tot de Centrale Raad en de medewerker komt terug in dienst en eigenlijk begint het hele verhaal dan weer van voren af aan: de medewerker meldt zich ziek, de bedrijfsarts concludeert dat sprake is van een arbeidsconflict, mediation wordt ingezet maar zonder resultaat beëindigd en de werkgever geeft het Startpunt Herplaatsing bij ontslag de opdracht te onderzoeken of het mogelijk is de werknemer te herplaatsen binnen de Staat. Er wordt na onderzoek geconcludeerd dat herplaatsing niet mogelijk is en de werkgever klopt bij de kantonechter aan voor een ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens een verstoorde arbeidsverhouding. De werknemer vraagt (bij ontbinding) om een billijke vergoeding van 750.000 bruto en 500.000 netto. 
De kantonrechter is het met beide partijen eens dat sprake is van een ernstige en duurzame verstoring van de arbeidsverhouding en hij vindt ook dat herplaatsing niet in de rede ligt. De werkgever heeft weliswaar niet altijd als goed werkgever gehandeld, maar er is geen sprake van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten, dus de werknemer krijgt geen billijke vergoeding. De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden.

Deze uitspraak is (nog) niet gepubliceerd.

Werkgever heeft niet stilgezwegen over afloop dienstverband ondanks doorwerken van de werknemer

Op 21 september 2021 deed de kantonrechter in Zwolle uitspraak in een opvallende zaak. Een medewerker met een tijdelijke arbeidsovereenkomst krijgt op drie manieren te horen dat haar arbeidsovereenkomst bij de Staat niet wordt verlengd: op 6 januari wordt dit mondeling met haar besproken, op 14 januari krijgt ze een mail en op 22 januari een brief. Er wordt een loopbaantraject gestart en aan de medewerker wordt meegedeeld dat haar laatste werkdag op 16 september is.  
Op 17 en 18 september gaat er iets mis: de medewerker is ingepland om te werken op deze dagen en zij verschijnt op het werk. Aan het einde van de werkdag op 18 september stuurt de medewerker een brief waarin zij stelt dat haar arbeidsovereenkomst stilzwijgend is verlengd. 
De werkgever is het hier niet mee eens en blijft op het standpunt dat de arbeidsovereenkomst op 17 september geëindigd is. 
De kantonrechter is het eens met de werkgever: er is géén stilzwijgende voortzetting van de arbeidsovereenkomst, er is immers aan de werknemer in duidelijke bewoordingen kenbaar gemaakt dat de arbeidsovereenkomst niet zou worden voortgezet! De werknemer kon uit het enkele feit dat zij op 17 en 18 september was ingeroosterd niet de gerechtvaardigde verwachting ontlenen dat de werkgever de arbeidsovereenkomst zou willen voortzetten. Uit alles blijkt dat werkgever niet met werknemer verder wilde en dat dit haar ook duidelijk was. De vordering voor doorbetaling van het loon vanaf 19 september van werknemer wordt afgewezen en ze wordt veroordeeld in de proceskosten. 

Uitspraak is (nog) niet gepubliceerd.

Ontslag op staande voet vanwege eenzijdig fysiek geweld

Op 29 september 2021 deed de kantonrechter in Rotterdam uitspraak in een zaak waarbij een medewerker van DJI op staande voet is ontslagen omdat hij eenzijdig fysiek geweld had gebruikt tegen een gedetineerde. Werknemer is het niet eens met zijn ontslag op staande voet en verzoekt de kantonrechter het ontslag op staande voet te vernietigen. Werknemer heeft een andere lezing van de feiten dan de werkgever – hij zegt bijvoorbeeld dat hij niet de eerste klap heeft uitgedeeld - , maar DJI heeft camerabeelden en toont die tijdens de zitting. De kantonrechter stelt vast dat het verhaal van de werknemer niet klopt met de camerabeelden.  Hij vindt dat er sprake is van een dringende reden en dat het ontslag op staande voet terecht is gegeven. Hij neemt in zijn overwegingen mee dat van een ambtenaar integer en betrouwbaar gedrag wordt verwacht en noemt de Gedragscode Integriteit Rijk, de Gedragscode DJI en het feit dat de werknemer is opgeleid om juist te handelen in dergelijke situaties. Kortom: het verzoek tot vernietiging van het ontslag op staande voet wordt afgewezen en de werknemer wordt veroordeeld in de proceskosten. 

Lees hier de volledige uitspraak.

Het Hof over een verstoorde arbeidsverhouding bij DUO

Op 5 oktober 2021 deed het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden uitspraak in een zaak waarbij DUO vond dat sprake was van een verstoorde arbeidsverhouding en de werknemer niet. De kantonrechter was het in eerste aanleg met werkgever eens en ontbond de arbeidsovereenkomst. De medewerker ging tegen die uitspraak in hoger beroep bij het Hof. 
In de zaak gaat het in de kern om de vraag of sprake is van een zodanig verstoorde arbeidsverhouding dat van Duo niet gevergd kan worden de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Interessant zijn de volgende overwegingen van het Hof:
Het hof zet voorop dat een werknemer zich (opbouwend) kritisch moet kunnen uitspreken over (de wijze van) uitvoering van werkzaamheden door collega’s en/of leidinggevenden van een organisatie en dit in een organisatie aan de orde moet kunnen stellen. Werknemer en werkgever dienen daarover wel professioneel te communiceren. Ook geldt uiteindelijk het gezag van de werkgever, in die zin dat de werkgever bij verschil van mening uiteindelijk het laatste woord heeft over de wijze van uitvoering van werkzaamheden. Met die uitgangspunten in het vizier zal het hof bekijken hoe de arbeidsrelatie tussen werknemer en Duo ervoor staat en wat daarbij een rol speelt of heeft gespeeld.
Dat brengt het Hof tot de volgende conclusie:
Uit wat hiervoor is overwogen volgt dat voldoende aannemelijk is dat sprake is van een zodanig ernstige en duurzame verstoring dat de arbeidsverhouding niet meer kan worden hersteld. Werknemer volhardt in zijn verwijten aan de organisatie. Dit leidt keer op keer tot samenwerkingsproblemen met zijn mede teamleden en leidinggevenden. Er is een mediationtraject bewandeld dat niet heeft geleid tot het maken van afspraken en werknemer is niet bereid gebleken om zichzelf te laten coachen op het punt van samenwerken en feedback geven/ontvangen. Omdat werknemer niet in staat is gebleken zijn aandeel in de samenwerkingsproblemen te (h)erkennen, valt te verwachten dat bij herplaatsing binnen Duo opnieuw samenwerkingsproblemen zullen ontstaan. Herplaatsing ligt daarom niet in de rede. Er is daarmee sprake van een ernstig en duurzaam verstoorde arbeidsverhouding en daarmee van een voldragen g-grond.
Lees hier de volledige uitspraak.
 

Meer informatie

Heb je vragen over deze uitspraken of wil je advies in een ontslag zaak? Vraag je huisjurist of mail het Kennispunt Ontslag via ontslag@rijksoverheid.nl.