Het nieuwe pensioenstelsel komt eraan!

We weten inmiddels allemaal dat er een nieuw pensioenstelsel aankomt. Het Kennispunt Financiële Rechtspositie krijgt hier regelmatig vragen over. Zowel van leidinggevenden als werknemers. Bijvoorbeeld: gelden de berekeningen van het KFR ook in het nieuwe stelsel, moet ik wel of niet vervroegd uitdiensttreden. Om antwoord op deze en andere vragen te krijgen, spreken we met Mathijs Gerritsen en Arno Lammeretz. Beiden werkzaam voor BZK, DGOO-Directie Ambtenaar en Organisatie, afdelingen arbeidsvoorwaarden en pensioen. Mathijs is tevens lid van de Pensioenkamer. 
 

Arno Lammeretz (links) en Mathijs Gerritsen

Onze eerste vraag is natuurlijk: wat houdt de Pensioenkamer precies in en hoe verhoudt deze zich tot het ABP?

Arno: 'De Pensioenkamer  is de onderhandelingstafel waar vertegenwoordigers van overheidspersoneel (bonden) en overheidswerkgevers, samen de zogenoemde sociale partners , elkaar ontmoeten en het pensioenreglement vaststellen. Zeg maar de afspraken die richting de deelnemende werknemers aan het pensioenfonds gaan gelden. Dat pensioenreglement bied je aan het pensioenfonds aan. Het pensioenfonds accepteert vervolgens de opdracht om de pensioenregels te gaan uitvoeren. En het pensioenfonds bepaalt de premies en het beleggingsbeleid. En met welke uitvoerder zij in zee gaan, in dit geval APG.'

Mathijs vult aan: 'Strikt genomen gaat de Pensioenkamer over de inhoud van de pensioenregeling (hoeveel ouderdomspensioen bouwen we op, hoe regelen we het nabestaanden- en wezenpensioen en het arbeidsongeschiktheidspensioen). Daar gaan werkgevers en werknemers over. De uitvoering van de regeling, dus het vermogensbeheer, de administratie, de communicatie, dat ligt allemaal bij het ABP  als opdrachtnemer van de regeling. Dat is een strikte knip. Maar uiteindelijk is het ook een grijs gebied. Zo kan het ABP bepaalde zaken signaleren die aangescherpt kunnen worden in de regeling. Een wisselwerking. Nu we richting een nieuw stelsel gaan, wordt dat overlegd met het ABP. Bijvoorbeeld, de keuzes van sociale partners ten aanzien van de gewenste pensioenuitkomsten en doelen van de nieuwe pensioenregeling, zijn bijvoorbeeld van invloed op de specifieke vormgeving van het nieuwe pensioencontract door het ABP en het beleggingsbeleid en vice versa. Er is op die manier een informeel overleg tussen bestuur ABP en de Pensioenkamer. Belangrijk, want je wilt elkaar gaandeweg de rit niet kwijtraken!'

Pensioenpremie, dat is een interessant onderwerp. Hoe komt de premie eigenlijk tot stand?

Mathijs legt dit uit aan de hand van een voorbeeld. 'Het ABP heeft circa 2 jaar geleden aangegeven dat door de daling van de rente, de kostprijs van het pensioen is toegenomen. Als de sociale partners dat anders willen, moest de regeling aangepast worden. Werkgevers hebben de regeling willen versoberen. Niet omdat ze dat zo graag willen. Maar om loonruimte over te houden en het netto loon van de werknemer goed te houden aangezien de werknemer ook een deel van de premie betaalt. Op zo’n moment ga je met elkaar in gesprek. De vraag of de regeling aangepast kan worden zodat de kostprijs minder hard stijgt, ligt dan op tafel. Daar zijn we met elkaar niet uitgekomen. Dan zegt het ABP: als dat de uitkomst is, hoort deze rekening daarbij. Ook daar zie je de wisselwerking tussen het pensioenfonds enerzijds en sociale partners anderzijds.'

Het klinkt best ingewikkeld, die onderhandelingen in de Pensioenkamer. Kan je daar wat meer over vertellen?

Mathijs legt uit dat hij namens de kabinetssectoren in de Pensioenkamer zit. De kabinetssectoren zijn het Rijk, de rechterlijke macht, politie en Defensie. Daarnaast zitten er ook collega’s van de decentrale overheden en de onderwijssectoren als werkgevers in de Pensioenkamer. Uiteindelijk vertegenwoordigen we zo’n 3.500 overheidswerkgevers! Kort gezegd, moeten eerst de 14 sectoren op één lijn komen, voordat ze aan tafel gaan met de bonden. Mathijs en zijn collega’s stellen een mandaat op, toetsen dat bij de diverse bovenbannen en soms ook in de Ministerraad.  Als het dan akkoord is, kan het gesprek met de bonden aangegaan worden. Dit gebeurt allemaal overkoepelend, ook wel bovensectoraal  genoemd. 

Wat het ook lastig maakt, is dat cao-onderhandelingen niet overkoepelend maar op sectorniveau plaatsvinden. Ons beeld is dat iedere euro die je niet in het pensioen stopt, je uiteindelijk terugziet aan de cao-tafels. Maar zo voelen de bonden dat niet altijd. Daar onderhandelen namelijk andere mensen aan andere tafels.

Arno: 'Vanuit werkgevers optiek denken wij dat iedereen die aan de pensioenkamer tafel zit meekrijgt wat het ABP aan pensioenpremie wil gaan heffen. Maar je kunt je voorstellen dat des te verder je daarvan af komt, je niet alles meekrijgt. Dan denk je dat je een mooie cao hebt afgesproken maar word je ineens geconfronteerd met een pensioenpremiestijging die je als werkgever ook voor 70% moet betalen. Zoals je merkt, werkt het twee kanten op. Daarom zijn we voor de toekomst aan het nadenken om de verdeling van de premies tussen werkgevers en werknemers meer aan de cao-tafel te bepalen. Zodat beide partijen een knop hebben om aan te draaien.'

Het nieuwe pensioenstelsel. Kan je al een tip van de sluier oplichten?

Mathijs trapt af: 'Er is landelijk geoordeeld, door de Tweede Kamer, na advies van onder andere de SER, dat het verstandig is om het pensioenstelsel grootschalig te hervormen. Er moeten nieuwe typen pensioencontracten komen, afgestemd op de arbeidsdynamiek. Maar ook meer maatwerk en minder afhankelijkheid van rentestanden. Dit is een landelijk traject dat bij het ministerie SZW ligt. Zij zijn in dit geval de wetgever. Zij maken de spelregels die voor alle fondsen gelden. Een van de vele pensioenfondsen is het ABP, en daar spreken wij samen met de bonden de regeling voor af in de pensioenkamer.  

Het plan is dat de nieuwe wetgeving van kracht wordt per 1-1-2023. Vanuit SZW gaat de wetgeving binnenkort naar het parlement. Maar dat vergt natuurlijk nog een behoorlijk traject voordat deze wet door de Tweede en Eerste Kamer is. Vervolgens hebben de fondsen 4 jaar de tijd om de stap van het oude naar het nieuwe stelsel te maken. Wij mikken op 1-1-2026 om de nieuwe ABP-pensioenregeling helemaal werkzaam in de lucht te hebben. En daarvoor zijn wij nu al druk bezig.'

Arno: 'Een onderdeel van het nieuwe stelsel gaat overigens al op 1-1-2023 in werking. Namelijk de 10% lumpsum uitkering die je kunt krijgen op het moment dat je met pensioen gaat. Gekscherend wordt dit ook wel de campervergoeding  genoemd. Dat gaat nog wel wat vergen in de uitvoering, want mensen moeten wel weten wat de financiële gevolgen zijn als ze die 10% lumpsum in één keer opnemen.'

Zijn jullie bang dat het nieuwe kabinet nog roet in het eten kan gooien?

Mathijs: 'Je weet natuurlijk nooit wat er in de Eerste en Tweede Kamer  gebeurt. Maar men heeft wel een heel breed draagvlak gezocht voor dit nieuwe stelsel. Er zullen altijd partijen zijn die nog specifieke wensen hebben of dingen anders willen. De noodzaak om deze stap te zetten wordt breed gedragen, zowel onder sociale partners, de pensioensector als politiek.'

Hoe zit het met het pensioenakkoord met name voor het vervroegd uit dienst treden. Wanneer komt dat in de CAO Rijk?

Arno: 'Op dit moment kennen we in de CAO Rijk een regeling voor substantieel Bezwarende Functies (SBF-regeling). Maar we kennen geen generieke VUT-regeling. Die bestaat niet meer. Wat nu wel in het Pensioenakkoord is geregeld, is de z.g. extra zware beroepen regeling. Niet in alle sectoren bestaat een SBF-regeling en deze regeling staat ook niet voor iedereen open. 
Het Pensioenakkoord biedt sociale partners de mogelijkheid om in de cao een extra zware beroepen regeling overeen te komen, maar het is aan de cao-partijen om daar wel of niet gebruik van te maken. Het Rijk heeft al een eigen, ruimere, regeling voor zware beroepen en de werkgever Rijk wil vooral dat werknemers gezond hun pensioen halen. Daarnaast hebben we een krappe arbeidsmarkt waardoor het soms lastig is nieuw personeel aan te trekken. Voor de werkgever Rijk was er dus niet een belang om hierover een cao-afspraak te maken. Bonden willen deze mogelijkheid uit het Pensioenakkoord echter graag verzilveren. Ik verwacht dat het bij de volgende cao-onderhandelingen wel weer nadrukkelijk op tafel ligt.'

[Lees hier de aanvulling: Versoeping Regeling Vervroegde Uittreding]

Kunnen werknemer en werkgever wel op individueel niveau los van de CAO Rijk hier nog mee aan de slag? Dit is een vraag die wij als arbeidsjuristen met enige regelmaat krijgen.

Arno is duidelijk: 'Nee, niet met een RVU-regeling. Het moet in de CAO Rijk worden vastgelegd. Maar in het nieuwe stelsel wordt wel de mogelijkheid gecreëerd voor spaarverlof. Je kunt maximaal 100 weken extra verlof sparen. En in het cao-akkoord is deze verruiming dan ook voor alle rijksambtenaren afgesproken. Op die manier kan je zorgen dat je eerder uit dienst kunt treden. Overigens kent de ABP-regeling best behoorlijk wat flexibele uitdiensttredingsmogelijkheden.'

Er is bij de belastingdienst toch een toetsingskader voor RVU. Waarom zou je dat niet individueel kunnen afspreken? De adviseurs van UBR|AAA krijgen dat vaak voor de voeten geworpen door managers. Bijvoorbeeld bij een VSO.

Arno geeft een helder antwoord: 'Sommige regelingen moeten eerst op sectorniveau worden opengesteld voordat je er gebruik van kunt maken. Het is geen algemeen recht. Het is een optie. De sociale partners moeten dan eerst met elkaar overeenkomen dat van deze mogelijkheid gebruik gemaakt mag worden, de optie lichten zoals dat officieel heet. Dan wordt het een fiscale mogelijkheid waar een individuele werkgever met zijn werknemer op kan intekenen. Dat is nu dus niet het geval.'

We zitten nu in de wachtkamer tot het nieuwe stelsel zijn beslag krijgt. Heeft de Pensioenkamer daar nog een rol in?

Mathijs : 'Daar heeft de Pensioenkamer zeker een rol in zover het de ABP-regeling betreft. De wetgeving moet nog worden behandeld door de Tweede Kamer en is dus nog niet definitief. Maar we kunnen wel door de oogharen zien welke kant het opgaat. Sterker nog, we zijn eigenlijk met een groot, tripartite project begonnen (werkgevers, werknemers en ABP), om het vast in de steigers te gaan zetten. Wij moeten in de komende tijd juist grote stappen nemen zodat het allemaal ingeregeld kan worden. De komende twee jaar zullen wij als sociale partners een aantal grote knopen moeten doorhakken. 
We hebben al één knoop doorgehakt. In het nieuwe stelsel is er keus uit twee pensioencontracten. Sociale partners hebben voorlopig gekozen voor het contract dat een relatief grote mate van solidariteit kent. Dat nieuwe contract heet de solidaire premieregeling. (Het alternatief is de zogenaamde flexibele premieregeling.) Langs dit principe van de solidaire premieregeling zijn we de nieuwe pensioenregeling aan het uitwerken. Dat geldt voor de contractvorm die onder de motorkap zit maar op een gegeven moment moeten we ook een premieniveau gaan prikken tussen werkgevers en werknemers. Want de premie wordt de arbeidsvoorwaardelijke aanspraak in het nieuwe pensioenstelsel en niet langer de pensioenopbouw. 
Maar tegelijkertijd willen we wel ongeveer weten als we een premie kiezen op welk percentage we uitkomen aan pensioenuitkering voor de gepensioneerde. Ook daar moeten we ons over buigen. Welk risico moet je daarbij aanvaarden. Je kunt wel iets prikken, een premie en een pensioendoel, maar de kans dat je daar komt is nooit 100%. Het kan mee- of tegenvallen.
We buigen ons ook over het nabestaandenpensioen. Daar komen veel nieuwe regels voor vanuit SZW. En het arbeidsongeschiktheidspensioen wordt opnieuw ingericht. En misschien wel de grootste hobbel: wat doen we met de oude pensioenrechten. Dat is ruim 500 miljard euro, wat nu bij het ABP uitstaat. En dat zit gewoon in de huidige regeling. Maar die regeling bestaat binnenkort niet meer. 
We hebben twee keuzes: je brengt de oude rechten over naar het nieuwe stelsel of we maken een knip. Dat wordt dan een sterfhuisconstructie. Alles wat nu aan pensioen is opgebouwd, blijft in de huidige regeling en binnen de huidige spelregels. Totdat de laatste deelnemer of partner overleden is. Maar dat is natuurlijk een onwenselijke situatie. Er bestaan dan zeer lange tijd twee pensioenstelsels naast elkaar. Hierbij komt dat er al veel kritiek op het huidige stelsel is. En dan blijf je ook de discussies houden: wel of niet korten of indexeren. Onze intentie is: de oude pensioenrechten meenemen naar het nieuwe stelsel. Achter die intentie komt wel veel weg. Om er een belangrijk punt te noemen: hoe waardeer je de bestaande rechten en zorg je ervoor dat niemand er substantieel op achteruit gaat. We lopen hierbij natuurlijk ook tegen bepaalde juridische vereisten aan. Het is een proces dat secuur en zorgvuldig doorlopen moet worden. Alle elementen die ik noem, zetten we op dit moment in de steigers. Tot op heden gaat dat voortvarend, maar het gaat ongetwijfeld schuren als er echte knopen moeten worden doorgehakt. 
Daarna begint het echte onderhandelen. Er is noch bij werkgevers noch bij werknemers het perspectief om een grote bezuinigingsoperatie te doen. De bedoeling is hetgeen we nu hebben zo goed mogelijk om te zetten naar het nieuwe stelsel. Dat gaat hier en daar allerlei veranderingen geven, omdat het stelsel zo anders is.' 'Echt anders, benadrukt Arno. We hebben nu een opbouwstelsel en percentages per jaar vast te stellen en straks komt er een premiestelsel. Dat is een compleet andere regeling en dat heeft gevolgen op een groot aantal plekken.'

Het Kennispunt Financiële Rechtspositie krijgt regelmatig de vraag of het nu nog zinvol is om de zaken rond je (toekomstige) pensionering te laten uitrekenen?

Mathijs antwoordt direct: 'Dat is heel veel waard. We hebben de verantwoordelijkheid dat grote groepen er niet significant op achteruit gaan, als we deze stelselwijziging inzetten. Dat geldt met name voor de rechten die al zijn opgebouwd. Juist die mensen die dergelijke vragen aan jullie stellen, zitten waarschijnlijk kort voor pensionering en hebben al veel rechten opgebouwd. En normaal gesproken moeten zij een vergelijkbaar pensioenresultaat krijgen in de nieuwe setting. Ik zeg alleen niet één op één, want als je geen enkel verschil wilt, dan moet je geen wijziging doorvoeren. Klopt dit verhaal Arno?'

Arno antwoordt: 'Als de datum van pensionering voor de datum van het nieuwe contract ligt dan klopt het helemaal. Het grote verschil is, dat alleen de indexatie nog relevant is. Want aan het bedrag dat per maand is toegezegd, daar verandert niets aan. Behalve eventuele kortingen en indexaties, al zullen we daar vermoedelijk andere termen voor gaan gebruiken.'

Mogen we zeggen: ga met pensioen voor 1-1-2026 want dan weet je wat je krijgt en in het nieuwe stelsel kan het minder zijn?

Aan de bestaande rechten wordt niet getornd dus daar hoeven mensen niet bang voor te zijn. Alleen gaat in het nieuwe stelsel de eventuele korting of indexering plaatsvinden via een andere methodiek dan nu het geval is. Dat wil niet zeggen, dat je daarmee slechter af bent. Sterker nog, het idee is juist dat we het beter inrichten. Dat er eerder geïndexeerd wordt dan nu het geval is. Dat fondsen niet meer die enorme buffer moeten opbouwen zoals dat nu moet voordat er geïndexeerd mag worden. Per saldo moet je even goed af zijn.

Afrondende vraag: Wat zijn jullie verwachtingen voor het nieuwe jaar?

Mathijs: 'Mijn verwachting is dat het voor de deelnemers aan het ABP een “saai” jaar gaat worden. Er zal vermoedelijk noch gekort, noch geïndexeerd worden. Wij werken natuurlijk gestaag verder, maar daar zullen de deelnemers nog niets van zien.'

Arno: 'Vooral op cao-tafels zal er behoorlijk wat gekrakeel ontstaan over wat de loonruimte is in relatie tot de pensioenen. Ik verwacht voor alle pensioenonderhandelaars zeer drukke tijden. Dit is eigenlijk het jaar waarin het meeste gaat gebeuren. Op het moment dat wij klaar zijn dan gaat vervolgens de pensioenuitvoerder al zijn systemen aanpassen. Maar dat betekent wel dat wij eerst ons werk moeten hebben gedaan. Het wordt een spannende tijd, maar we gaan er goed uitkomen.'

Samengevat: Rust voor de deelnemers en spanning voor de onderhandelaars.

We stippen nog één ding aan. Binnenkort zijn er verkiezingen voor het verantwoordingsorgaan van het ABP. Hoe kan je meedoen?

In april 2022 vinden er weer verkiezingen voor het nieuwe ABP Verantwoordingsorgaan (VO) plaats. In het VO zijn werkgevers, deelnemers en pensioengerechtigden vertegenwoordigd. Als VO adviseer je het bestuur en ben je bevoegd een oordeel te geven over het handelen van het bestuur.

Het VO telt 48 leden waarvan de zittingstermijn op 1 juli 2022 afloopt. De 32 leden namens deelnemers en pensioengerechtigden voor het nieuwe VO worden gekozen door de deelnemers. De 16 werkgeversleden worden benoemd door de werkgevers. De werkgevers die behoren tot de kabinetssectoren (Rijk, Politie en Defensie) zijn op zoek naar in totaal vier kandidaten voor de positie van werkgeverslid in het VO.

Heb je interesse in deze rol dan kun je meer informatie over de procedure opvragen bij Daan Leeman (Directie A&O) via daan.leeman@minbzk.nl.

Meer informatie

Zoals je in het interview hebt gelezen, blijft het zinvol om het Kennispunt Financiële Rechtspositie berekeningen te laten uitvoeren. Stuur je medewerkers dus gerust door naar deze adviseurs. Ook om de gevolgen van de zogenoemde camperregeling die al op 1 januari 2023 ingaat, te laten uitrekenen!