Digitaal Stelsel Omgevingswet: ‘Het blijft mensenwerk’

Na jaren van voorbereiding en hard werken moet in 2021 de nieuwe Omgevingswet van kracht worden in Nederland. Het is een van de grootste wetgevingsoperaties uit de Nederlandse geschiedenis. Met de Omgevingswet wil de overheid de regels in het fysieke domein vereenvoudigen en bundelen. Een belangrijk onderdeel van de inwerkingtreding is het programma Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO), waar Jeroen van der Veen namens I-Interim Rijk als Strategisch I-Adviseur nauw bij betrokken is.

Kun je vertellen waarom het Digitaal Stelsel Omgevingswet zo belangrijk is?

Jeroen: ‘Het is niet alleen belangrijk, het is zelfs in de basis randvoorwaardelijk voor de uitvoering van de Omgevingswet. Wanneer er in Nederland iets gebouwd gaat worden, spelen er al snel veel verschillende facetten mee die invloed hebben op de bouwmogelijkheden. Stel je bijvoorbeeld eens voor dat iemand plannen heeft voor een nieuwe woontoren. Als bouwer wil je dan weten of het kan, en waar je allemaal rekening mee moet houden in de directe omgeving. Misschien is de bouwlocatie wel vlakbij een monument, leven er zeldzame planten of dieren, is het naast een drukke weg of wellicht is de bodem helemaal niet geschikt voor dit soort bouw. Dat zijn zo al vijf aspecten van de Omgevingswet waar je mee te maken kunt krijgen, met allemaal eigen regels en procedures. De Omgevingswet gaat dat op één manier regelen. Met het DSO proberen we vervolgens die informatie digitaal samen te brengen, zodat de gebruiker snel en eenvoudig een pad kan afleggen dat tot een duidelijk antwoord leidt over de regels die gelden en of iets mag. Je kunt het zien als een digitaal loket, waar weliswaar redelijk complexe techniek achter zit, maar aan de voorkant juist erg gebruiksvriendelijk moet zijn.’

Wat is jouw rol precies?

‘Ik ben vanuit I-Interim Rijk ingezet als Strategisch I-Adviseur bij de directie ADS (Aan de Slag met de Omgevingswet, red.), die onder andere verantwoordelijk is voor het DSO. In mijn rol ondersteun ik de opdrachtgever van het programma, Heleen Groot. De andere programma’s onder deze directie zijn het implementatieprogramma voor de medeoverheden en de beheerorganisatie in oprichting. Bij beide onderdelen ben ik ook betrokken, het haakt immers allemaal op elkaar in. Het afgelopen jaar heb ik me vooral gefocust op drie hoofdstromen om informatie te organiseren: vergunningsaanvragen, vragenbomen en de planketen. De digitale producten hiervoor ontwikkelen we met collega-overheidsorganisaties Rijkswaterstaat, Kadaster, KOOP en Geonovum. Alles wat ontwikkeld wordt, toetsen we doorlopend op het gebied van veiligheid, softwarekwaliteit, usability en toegankelijkheid. We laten al deze punten ook regelmatig bekijken door partijen van buitenaf. We gaan daarmee de goede kant op, al is er nog genoeg werk te verzetten de komende tijd.’

Jeroen IIR

Jeroen van der Veen

Waar zit voor jou de grootste uitdaging?

‘De politieke belangen bij de Omgevingswet zijn groot en de Eerste Kamer zit ook dicht bovenop de implementatie en het DSO. Dat is logisch en goed, en zorgt tegelijkertijd voor een bijzondere dynamiek in dit programma. Je merkt dat het leeft en dat het goed moet gebeuren. Je werkt als het ware in een etalage, veel mensen kijken mee en vinden er iets van. Het is intens, maar ik vind het ook juist heel boeiend. De truc is om je niet te veel te laten afleiden en een stabiele koers te blijven varen. Maar het is ook essentieel dat we de lijnen openhouden, want communicatie en participatie is ontzettend belangrijk. Je kunt niet in je kamertje blijven zitten, je moet het gesprek aan met alle partners en betrokkenen. Het blijft grotendeels mensenwerk, je moet elkaar snappen en kennen.’

‘Je werkt als het ware in een etalage, veel mensen kijken mee en vinden er iets van’

Wat betekent werken bij I-Interim Rijk voor jou?

‘Ik werk al acht jaar bij I-Interim Rijk. Het is voor mij een ideale werkgever. Ik heb zelf de gelegenheid om klussen uit te kiezen waar ik goed tot mijn recht kom en waar ik echt het verschil kan maken. De mogelijkheden en initiatieven tot kennisuitwisseling met mijn collega’s bij I-Interim Rijk, maar ook met andere rijkscollega’s zijn legio. We organiseren bijvoorbeeld regelmatig goed bezochte lunchbijeenkomsten voor en door collega’s over onze opdrachten, onlangs heb ik dat ook over het DSO gedaan. Het principe van I-Interim Rijk is kennis halen én brengen, dat is enorm leuk en nuttig. Het is belangrijk dat de Rijksoverheid haar I-trajecten grotendeels zelf kan doen, en kennisdeling en kennisbehoud is daarvoor essentieel.’