Nieuw Europees treinbeveiligingssysteem: ‘adaptief blijven en kwaliteit hoog houden’

Vanuit het Ministerie van Infrastructuur & Waterstaat (IenW) wordt het programma ERTMS gedraaid. ERTMS staat voor European Rail Traffic Management System en vervangt het huidige analoge treinbeveiligingssysteem ATB (Automatische Treinbeveiliging) door een nieuwe digitale Europese standaard. Bij dit innovatieve systeem wordt bijvoorbeeld informatie over snelheden en remafstanden via een GSM-verbinding aan de machinist doorgegeven. ERTMS wordt ook in onze buurlanden uitgerold, zodat op termijn naadloos over de grenzen kan worden gereden. Walter van Benthem is vanuit I-Interim Rijk aangesteld bij IenW als CIO van het programma. Hij vertelt over zijn ervaringen bij deze belangrijke en complexe klus.

Waarom is een nieuw systeem op het spoor zo belangrijk?

Walter: ‘Met de invoering van ERTMS wordt het bestaande spoorbeveiligingssysteem gemoderniseerd, en dat is nodig want het huidige systeem is na tientallen jaren trouwe dienst wel aan vervanging toe. Met ERTMS introduceren we een digitaal, toekomstbestendig systeem dat tevens de mogelijkheid biedt om de capaciteit op het spoor te vergroten. Treinen kunnen sneller en korter op elkaar rijden. De Europese Unie is in de jaren negentig in samenwerking met de spoorsector gestart met de ontwikkeling van ERTMS om de beveiliging van het spoor te standaardiseren en te verbeteren om zodoende de concurrentiekracht van het spoorvervoer te vergroten. In eerste instantie wordt in Nederland begonnen met het ombouwen van de treinen, het opleiden van personeel en de uitrol op de eerste zeven baanvakken. Conform de huidige planning zal het eerste baanvak in 2027 in gebruik worden genomen. In 2050 moet heel Nederland ermee uitgerust zijn.’

Walter van Benthem

Hoe gaat het met het programma? In welke fase zitten jullie?

‘We hebben de planuitwerkingsfase achter de rug en zitten nu in de realisatiefase. We staan nu voor de uitvraag in de markt; onomkeerbare stappen dus en dat is best spannend. Je moet het zo zien: treinbeveiliging raakt het hart van het spoorvervoer, waardoor je te maken hebt met enorm veel afhankelijkheden en ontwikkelingen. De uitdaging is om dat allemaal goed te managen. Het is een flinke veranderopgave voor de gehele sector, die in de kern gaat over een overgang van techniek naar IT. Het oude systeem ligt er al meer dan vijftig jaar en is niet voorbereid op de nieuwste innovaties. En zelfs wanneer je besluit een modern systeem neer te zetten moet je rekening houden met de technologische ontwikkelingen, want die gaan ondertussen razendsnel. Er kunnen nu alweer andere dingen dan toen er in 2012 met de planuitwerkingsfase gestart werd. Je moet dus ook zorgen dat je adaptief blijft en tegelijkertijd de kwaliteit hoog houden door zorgvuldig te werk te gaan.’

Walter: ‘Treinbeveiliging raakt het hart van het spoorvervoer’

Jij bent aangesteld als CIO bij het programma, wat houdt jouw rol precies in?

‘Het programma valt onder IenW, maar dit is zo omvangrijk dat de vaste CIO van IenW het er niet zomaar even bij kan pakken. Daarom ben ik aangesteld als CIO: een toezichthoudende rol op het I-component. Enerzijds is dat controlerend, door het afgeven van een CIO-oordeel en het uitvoeren van verschillende scans en checks. Ik werk daarin intensief samen met de CIO’s van ProRail, NS en IenW. Anderzijds is de rol ook adviserend, bijvoorbeeld op het gebied van cyber security en nieuwe technologie. Er is bijvoorbeeld een externe toets geweest naar aanleiding van het BIT-advies en over de uitkomsten daarvan geef ik dan mijn advies. Wat ook erg belangrijk is in mijn functie, is toezien op de samenhang. Het programma bestaat uit tientallen projecten die allemaal even belangrijk zijn om ERTMS door te kunnen voeren. Hoe raken die elkaar? Waar zitten afhankelijkheden? En waar is bijsturing nodig? Ik heb toegang tot alle documentatie en gremia, en daar maak ik ook gebruik van. Op die manier kan ik vanuit mijn rol constant op de hoogte blijven van wat er speelt en waarde toevoegen aan het programma.’

Waar zit voor jou de uitdaging in?

‘De sector is voor mij helemaal nieuw en heel interessant. We werken voor het Nederlandse spoor, maar we kijken ook naar de landen om ons heen en leren daarvan. Zwitserland loopt hierin echt voorop, maar Nederland is zeker een goede tweede in Europa. Daar mogen we best trots op zijn. Ik heb op een zeker punt in mijn carrière heel bewust gekozen om de overstap naar de Rijksoverheid te maken. Ik wilde mijn steentje bijdragen aan de samenleving en niet alleen maar bezig zijn met omzet en winst draaien. Dat bevalt me enorm goed en in een programma als deze zie je heel concreet waar je het voor doet. Trouwens, mijn ouders waren beide ook ambtenaar; dus blijkbaar kruipt het bloed toch waar het niet gaan kan!’