Petra Baks over haar visie op de Banenafspraak

Petra Baks houdt zich al langer dan zes jaar bezig met het dossier Banenafspraak. Zij begon in 2014 bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties (BZK) en werkt sinds mei dit jaar als beleidsmedewerker bij het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW), cluster werknemersregelingen. UBR Inclusiviteit interviewde haar over wat haar bezighoudt.

Petra Baks1
©Peter van Embden

Petra, hoe gaat het met jou?

Het gaat goed met mij. Alleen het thuiswerken begint me nu wel tegen te vallen. Daar waar ik het eerst fijn vond om geen reistijd meer te hebben, denk ik nu: ‘Wéér naar die studeerkamer.’ Daarnaast is het voor mijn lijf niet goed om thuis te werken. Door mijn spierziekte val ik binnen een risicogroep. Als ik corona krijg, is de kans best groot dat ik op de ic beland. Ik kan niet ieder risico uitsluiten omdat ik afhankelijk ben van mensen die me helpen bij mijn persoonlijke verzorging. Komen zij mij niet helpen, omdat ik mij zorgen maak om mogelijke besmetting, dan zit ik dagenlang in pyjama. Ik probeer het een beetje los te laten. Het geeft lastige discussies en ik moet steeds voor mijzelf een afweging maken wat wel en niet kan. Dat is intensief.

Ik pleit ervoor om zo ‘hokjesloos’ mogelijk te denken en waar het kan maatwerk in te zetten.

Hoe kijk jij naar de invulling van de Banenafspraak binnen de Rijksoverheid?

Juist omdat ik zelf uit de Banenafspraak kom en al lang jaar op dit dossier zit weet ik heel goed waar ik het over heb, ik ken de doelgroepen. Er zijn best lastige vraagstukken. Op dit moment wordt binnen mijn team onder andere gesproken over het vereenvoudigen van de Wet Banenafspraak. Ik vind het fijn om hierover mee te kunnen denken. Ik pleit ervoor om zo ‘hokjesloos’ mogelijk te denken en waar het kan maatwerk in te zetten. Dat we niet tegen iemand die in de WIA zit vanwege een dwarslaesie moeten zeggen: ‘Sorry, jij telt niet mee voor het quotum.’  Ook vind ik het belangrijk om te kijken naar individuele mensen uit de doelgroep. Doorstroom is belangrijk, maar sommige mensen kunnen dat niet of hebben daar geen behoefte aan; ze zijn gelukkig met dat wat ze doen.

Ik vind het belangrijk dat iedereen er bewust van blijft dat we het over mensen hebben. Dat kan je soms door alle regelingen en het telsysteem van het quotum uit het oog verliezen. Blijf kijken naar de mens en niet naar de handicap of beperking. Die beperking zegt namelijk niet alles over iemand. Mensen hebben een beperking, maar zijn geen beperking en weten vaak niet beter dan dat zij die beperking hebben, maar ze moeten er wel mee leren leven.

Er is zoveel dat ik wel kan en er zijn dingen die ik júist vanwege mijn handicap heb moeten ontwikkelen. Iedere medewerker met of zonder beperking heeft een mogelijkheid om te ontwikkelen en te groeien, dus mijn advies is: ‘Blijf niet op je stoel zitten, bespreek je wensen met je leidinggevende of ga eens ergens een netwerkgesprek aan.’ Ik snap dat dit best lastig kan zijn, zeker als je al een aantal negatieve ervaringen hebt gehad. Toch is het belangrijk om de stoute schoenen aan te trekken en jezelf te laten zien. Kijk daarin ook wie je zou kunnen helpen.

Er wordt binnen de Rijksoverheid veel gedaan aan het stimuleren van de (overheids)werkgevers in het aannemen van medewerkers uit de Banenafspraak. We zien dat werkgevers mensen uit deze doelgroep niet alleen aannemen omdat ze er een kleine vergoeding voor krijgen. Iedereen heeft een eigen reden om iemand uit de Banenafspraak aan te nemen en vaak horen we terug dat dat is omdat mensen een uniek talent bezitten of men bekend is met de doelgroep. Na verloop van tijd vervaagt deze grens en hoort iemand er binnen veel bedrijven helemaal bij. Daar houd ik van. Geen uitzondering, maar gewoon ‘zijn’. Ieder mensen heeft talenten en niet iedereen kan voortreffelijk koken, rekenen of haken en toch moeten we het met elkaar doen als maatschappij. Daar hoort iedereen dus bij!

Als je mij mee zou nemen naar een werkgever en ik zou vertellen wat ik allemaal kan, weet ik zeker dat de welwillendheid binnen die organisatie om iemand aan te nemen met een spierziekte groter is dan dat ze enkel in mijn cv gelezen zouden hebben: ‘Ik val onder de Banenafspraak en ik zit in een rolstoel.’

In mijn beleving heerst er een behoorlijk algemeen, beperkend beeld over hoe iemand met een handicap functioneert. Onbekend maakt onbemind. Dat geldt net zo goed voor mijzelf, ik weet ook niet hoe het voor iemand is om een visuele beperking te hebben. Ook al doe ik mijn ogen dicht, dan nog kan dit niet ervaren, want mijn hersenen weten dat het maar voor even is en hoeven zich dus niet aan te passen. Ik kan wel in gesprek gaan met iemand met deze beperking en zo leren van de ander.

Het is van belang om werkgevers meer in contact te brengen met medewerkers uit de doelgroep, om elkaar te ontmoeten, kennis te maken en te kijken waarin een werkgever versterking nodig heeft. Als je mij mee zou nemen naar een werkgever en ik zou vertellen wat ik allemaal kan, weet ik zeker dat de welwillendheid binnen die organisatie om iemand aan te nemen met een spierziekte groter is dan dat ze enkel in mijn cv gelezen zouden hebben: ‘Ik val onder de Banenafspraak en ik zit in een rolstoel.’

Verder ben ik er voorstander van dat er minder functiegericht gekeken wordt, maar meer naar de mens zelf. Welke aanvulling heeft iemand binnen een team en zoek daar vervolgens de taken bij. Ik ben dankbaar dat ik over deze thema’s meepraat en daar mijn stem in mag laten horen.

Petra Baks2
©Peter van Embden

Wat weten veel mensen niet van jou?

Dat ik medio volgend jaar een boek ga uitgeven. Of althans, dat is nu het plan. Ik sta zelf centraal in dat boek, niet mijn handicap. Ook ik maak dingen mee die niets te maken hebben met mijn handicap, net als jij. Ik wil met mijn boek zichtbaar maken dat ik niet anders ben dan een ander.

O, en ik ga ieder jaar een week zitskiën. Ik zou iedereen willen laten zien dat ook ik met hulp van een begeleider een berg af kom. Vaak word ik raar aangekeken als ik vertel dat ik ski. Het blijft geweldig om in volle vaart van een berg af te glijden, al moet ik eerlijk toegeven dat ik nog oefen in de kinderweide.

Wat is jouw droom rondom de Banenafspraak?

Ik zou het mooi vinden als er meer initiatieven komen om de stem van de medewerkers te laten horen. Niet over hun beperking, maar over hun talenten. Maak zichtbaar, maak bekend en pak het ‘onbekend maakt onbemind’-stuk aan. Ik daag anderen hier ook graag in uit. Vorig jaar nodigde ik Maarten Schurink (Secretaris Generaal BZK) tijdens een bijeenkomst van de Onbeperkte Denkers uit om een werkdag in een rolstoel door te brengen. Hij nam deze uitnodiging gelijk aan. Dat vond ik een mooie kans om hem te laten ervaren hoe dat is, in plaats van daarover te blijven praten. Helaas gooide corona roet in het eten.

Ik geloof dat op het moment dat je een beperking beleeft, dat je beter begrijpt hoe kwetsbaar sommige dingen kunnen zijn. Ik zou dan ook graag minister Ollongren willen vragen hoe zij het heeft ervaren om na een lange ziekteperiode weer vol in het werk te stappen. Hoe het voor haar was dat ze aan heel Nederland moest aangeven dat haar lijf de grens had bereikt. Als ik me ziekmeld zijn er een paar mensen die dat weten, maar als je in de schijnwerpers staat is dat toch anders. Als je haar daarover zou kunnen interviewen, zou ik dat geweldig vinden.